Hoe leer je het best?

Houden we eigenlijk rekening met hoe een leerling het beste leert? Je zou zeggen dat als je weet hoe iemand het beste leert, veel problemen opgelost zouden zijn of in ieder geval minder groot. In een ideale wereld zou je namelijk niet constant het gevoel moeten hebben dat je faalt. Nee, je zou precies weten hoe je informatie het beste tot je neemt, je zou hierop inspelen en vervolgens het beste uit jezelf halen. De leerkracht zou zich dan afvragen hoe kan deze leerling het beste van zichzelf laten zien.

IK ZAL WEL DOM ZIJN

Dan is het toch op zijn zachtst gezegd apart te noemen dat de meeste leerlingen dan geen antwoord hebben als ik vraag hoe leer jij het best.De leraar zegt dat ik het zo moet doen.
Mijn ouders zeggen dat ik het zo moet doen.
Maar dan doe ik dat en werkt het nog niet. Ik zal wel dom zijn!

DE WERELD IS NIET STANDAARD

Wat we vergeten is dat de wereld niet standaard is dus waarom zou de manier van leren dat dan wel zijn? Dus wederom de vraag: Hoe leer je het best?

VERSCHILLENDE LEERSTIJLEN

Zoals jullie weten heb ik vaak over de verschillende leerstijlen die er zijn. Laatst kreeg ik online een opmerking van iemand die dacht mij te moeten redden van mijn visie. Het was iets in de trant van: “Ik hoor dat jij verkondigd dat er verschillende leerstijlen zijn maar ik wil je erop wijzen dat dit de grootste mythe van het onderwijs is en ik zou het zonde vinden als mensen je niet meer serieus nemen als jij hierin blijft hangen. Ik denk dat je best een goede docent bent maar dit is niet waar. Dit verhaal moet maar eens afgelopen zijn”.Oeps! Dat is even slikken. Het verbaast me namelijk altijd weer dat er mensen zijn die zich zo aangevallen voelen door mijn verhaal. Het duurt vervolgens  even voordat mijn eerste gevoelensreactie omgezet is in een woordenreactie. Dit is ook de reden waarom een leerling in de klas vaak wat langer doet over het geven van een antwoord. De initiele visuele-gevoelsmatige reactie moet omgezet worden in woorden. Kijk maar eens naar een leerling die nadenkt over een antwoord. Het is alsof je letterlijk de radertjes ziet draaien. Vaak schieten de ogen van links naar rechts of ze draaien naar boven. De vraag komt in de linker hersenhelft binnen en moet verwerkt worden in de rechter hersenhelft. Vervolgens moet hij weer terug naar de linker hersenhelft want de docent willen een antwoord in woorden :). Dat is hard werken.

NEUROWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

Deze persoon heb ik ten eerste bedankt voor de moeite die hij genomen heeft om mij hierop te wijzen. Maar tegelijkertijd heb ik hem ook verteld dat ik met hart en ziel achter deze denkwijze sta, dat dit gebaseerd is op meerdere onderzoeken en dat gelukkig steeds meer neurowetenschappelijk bewijs ons laat zien hoe de hersenen werken. Ook voorzien van links, net als hij had gedaan.

VISUELE LEERSTIJL

De leerlingen waar ik het over heb, hebben een visuele leerstijl. Linda Silverman heeft hier lang geleden al onderzoek naar gedaan en dit beschreven in haar boek Upside-Down Brilliance: The Visual-Spatial Learner (Nederlandse vertaling: Omgekeerd briljant: De visueel-ruimtelijke leerling).

OVERZICHT VS INZICHT

In het onderwijs staan we hier helaas te weinig bij stil. De leerstof wordt aangeboden op een manier die voor 95% van de bevolking werkt maar die voor de overgebleven 5% niet of nauwelijks werkt. Het zijn de leerlingen die op school erg gevoelig zijn voor de houding van de leerkracht, (erg) onregelmatige cijfers halen. De leerstof wordt namelijk altijd wel of niet begrepen en nooit een beetje. Er worden gemakkelijk verbanden gelegd en zodoende komen ze vaak tot intuïtieve en/of ingenieuze oplossingen voor problemen. Er moet vanuit een overzicht geleerd worden en de concepten worden voor altijd opgeslagen. Stampwerk werkt veelal niet omdat hier niet het nut van wordt ingezien. Als het de leerling al lukt met stampwerk dan lijken ze het te kennen bij het overhoren maar gaan ze alsnog onderuit tijdens een toets omdat ze het niet toe kunnen passen. Ze hebben niet het doel ingezien en kunnen dus weinig tot niets met de geleerde kennis.
Onder hen zijn de creatieve geesten maar ook ambachtelijke, technische, muzikale, emotionele en spiritueel begaafde leerlingen. Het zijn de laatbloeiers die pas vaak na school hun doel vinden en dan opleven.

WOORDDENKERS VS BEELDDENKERS

Het grootste gedeelte van de bevolking is woorddenkers, dit zijn auditief ingestelde leerlingen die kunnen vertrouwen op hun gehoor bij het aanleren van de spelling van woorden. Dit gaat niet op bij dyslectische leerlingen, zij moeten woorden visualiseren voordat ze de woorden kunnen spellen. Ze hebben een sterk visueel geheugen en moeten hierop leren vertrouwen. Ze leren hele woorden dan ook makkelijker dan woorden spellend uitspreken zoals dat op school gedaan wordt.


Laat de leerlingen alsjeblieft hun leerstijl ontdekken om succeservaringen te beleven 
en niet constant achter de feiten aan te hoeven lopen. Zo kreeg ik ook ooit de vraag van een leerling wat ze moest doen omdat de huiswerkbegeleiding had gezegd dat ze geen mindmaps meer mocht maken maar samenvattingen van haar werk moest maken voor een toets.
Waarom was vervolgens mijn vraag? Dat wist ze ook niet want daar was geen reden voor gegeven.
– Wat wil jij zelf?
– Wat vind jij fijn?
Ze had net ontdekt dat mindmaps maken haar meer overzicht en houvast bood dus dat wilde ze eigenlijk blijven doen. Nou, dan is dat je antwoord. Het is jouw schoolwerk en als dit voor jou werkt dan blijf je dat gewoon doen.
De opmerking van de huiswerkbegeleider was ook nog eens begonnen met “Ik vind dat je samenvattingen moet maken”. Dan weet je al genoeg. Dat is de manier die werkt voor die persoon.

DE LEERLING MOET HET ZELF ERVAREN

De leerling weet vaak heel goed zelf wat werkt en wat hij of zij fijn vindt. Als hij of zij vragen over heeft, kun je tips en adviezen geven maar iets opdringen heeft geen zin.

NATUURLIJK ZIJN ER OOK STRUIKELBLOKKEN

Het brengt naast fantastische eigenschappen ook struikelblokken met zich mee en kennis hiervan is cruciaal om te weten waar de leerlingen dagelijks tegenaan lopen. De creatieve manier van denken kan problemen opleveren bij taal, zelfvertrouwen, planning en organisatie. Dit zijn vaardigheden waar aandacht aan besteed moet worden om vooruitgang te boeken. Het feit dat ze leren vanuit overzicht wil niet zeggen dat dit overzicht er van nature in zit. Daar moeten de meeste leerlingen mee geholpen worden. Je zit dit terug in het moeite hebben met het plannen van huiswerk.- Hoe veel is het?
– Hoe lang ben ik hier mee bezig
– Wanneer moet ik dan beginnen?
– Op welke manier leer ik het prettigst?
– Hoe onthoud ik het meest?
– Hoeveel herhaalmomenten moet ik inplannen?

INLEVINGSVERMOGEN

Het vergt veel inlevingsvermogen van de omgeving om hier mee om te gaan. Onbegrip over hun denkwijze werkt faalangst in de hand. Ze moeten juist leren vertrouwen op hun sterke kanten; hun oplossend vermogen bijvoorbeeld. Help ze met het ontwikkelen van strategieën om informatie opname beter tot stand te laten komen.

Stop met het worstelen met de Engelse grammatica tijden!
Deze mindmaps gaan er voor zorgen dat ook jouw zoon of dochter de Engelse grammatica tijden gaat snappen. Je ontvangt dan ook regelmatig tips en trucs die hierbij helpen.
(meer…)

Lees verder

Rust, Reinheid & Regelmaat

Ik zat te denken hoeveel een goede leerstrategie eigenlijk te maken heeft met de 3’s: Rust, Reinheid & Regelmaat. Je hebt het me al vaker horen zeggen en dat is dat een leerling met dyslexie beter leert met overzicht en structuur. Die gedachtegang heeft niet alleen te maken met HOE de lesstof AANGEBODEN wordt maar ook met HOE de lesstof AANGELEERD wordt en WAAR deze aangeleerd wordt. Je kunt niet overzichtelijk werken als de plek waar je dit probeert te doen een grote puinhoop is.    Dit keer gaan we daarom ook eens kijken naar de huiswerkplek. Hoe ziet een goede huiswerkplek eruit? Is er eigenlijk wel ruimte op het bureau zodat als we willen gaan beginnen met bijvoorbeeld Engels er überhaupt ruimte is om dat te gaan doen. Of liggen er al zoveel…

Lees verder

Goed opstarten – Hoe doe je dat?

Goed opstarten - Hoe doe je dat? Alle scholen zijn inmiddels begonnen. De ene leerling heeft er net de eerste week opzitten of is al een aantal weken bezig. Hoe zorg je nu dat ze gelijk goed beginnen en niet de rest van het schooljaar het gevoel hebben dat ze achter de feiten aan lopen. Goed opstarten is belangrijk. Als je goed begint aan het schooljaar heb je daar de rest van het jaar plezier van. Maar hoe doe je dat? Een goed begin is het halve werk toch? Dus laten we eens kijken hoe dat gaat. Ik zal een aantal tips bespreken waarmee ze gelijk goed opstarten en het gevoel hebben alles onder controle te hebben. Hoe heerlijk is dat gevoel :) PLANNEN - HOE DOE JE DAT? Vul het nieuwe rooster…

Lees verder

15 apps om Engels te leren

In een eerder artikel liet ik al zien dat je op verschillende manieren bezig kunt zijn met Engels, zoals bijvoorbeeld luisterboeken en Netflix. https://engelsvoordyslecten.nl/bezig-zijn-met-engels-in-de-vakantie/. Je zult echter veel moeten lezen en luisteren naar de taal om er gewend aan te raken. Je moet helaas zoveel mogelijk leeskilometers te maken om vooruit gaan te boeken. Zoals bij het leren van elke nieuwe vaardigheid moet je oefenen om het je eigen te maken. Lees en luister dus naar zoveel mogelijk Engels om de uitspraak aan bekende woorden te plakken. Bekijk de links van de 15 apps om Engels te leren. Zo ben je op een leuke manier met Engels bezig. Lezen kan natuurlijk op allerlei manieren; de krant, roddelbladen 😉, glossy’s, korte verhalen, recepten, zongteksten, tijdschriften, stripboeken of leesboeken. Het maakt niet uit wat. Om…

Lees verder

Hoe kun je met Engels bezig zijn in de vakantie?

De vakantie staat hier voor de deur. Maar voor sommigen is hij natuurlijk al begonnen. Ik kreeg de afgelopen tijd veel de vraag: Hoe kun je met Engels bezig zijn in de vakantie? Aangezien ik dit een hele goede vraag vindt, zal ik hier een heel artikel over schrijven. Het scheelt namelijk ontzettend veel als je tijdens de zomer zorgt dat je Engels op peil blijft. Wellicht gaan jullie op vakantie naar een land waar de voertaal Engels is of waar je Engels moet praten om je verstaanbaar te maken. Dan ben je al met de taal bezig maar is dit nu niet het geval dan zijn hier 2 andere manieren om bezig te zijn met Engels in de vakantie. Eerdere artikelen over dit onderwerp lees je hier: https://engelsvoordyslecten.nl/leer-engels-lezen-en-luisteren/ https://engelsvoordyslecten.nl/leer-engels-films-en-series-deel-2/ LUISTERBOEKEN Zelf ben ik…

Lees verder

Wat is de beste examenvoorbereiding?

Wat is de beste examenvoorbereiding? Relaxthee, peptalks, klavertjes vier zoeken, bergen chips en chocolade .... De examens zijn weer begonnen..... (of is een standaard weekend). Laat ze hun angsten onder ogen komen en laat ze bedenken wat de angsten precies zijn. Wellicht is er sprake van twijfels – twijfels over zichzelf of twijfels of het gaat lukken. Wellicht hebben ze last van stress. De meeste garantie op succes is er met een gedegen voorbereiding en een uitgedachte examentactiek. Maar wat is de beste examenvoorbereiding?Het examen is bedoeld om te testen of de stof van de afgelopen jaren goed beheerd wordt. Ze moeten laten zien dat ze minstens de helft van al de stof kennen + 10%. Zo klinkt het best haalbaar. Wat is de beste voorbereiding? Hoe bereid je je het best voor? …

Lees verder

Zorg voor de juiste mindset

LAAT HET NIET TE VER KOMEN! Het is belangrijk om het niet zo ver te laten dat er sprake is van faalangst. De vorige keer heb ik het hier ook al over gehad. https://engelsvoordyslecten.nl/spanning-is-gezond-angst-niet/ Het begeleiden van leerlingen met faalangst is niet eenvoudig en dus is het zaak dat we dit in een vroeg stadium onderscheppen. Het bereiken van het punt van faalangst was er niet in een dag dus het oplossen gaat ook niet in een dag helaas. Het zal een hobbelige weg zijn met veel vallen en opstaan – soms heb je het gevoel dat ze eerder achteruit gaan als vooruit. Zoals ik al eerder aangaf is zelfvertrouwen en een gevoel van veiligheid op dit gebied onmetelijk belangrijk. Een goed klasklimaat en een goede samenwerking met de docent zijn onmisbaar. Maak…

Lees verder

Beelddenken; wat is dat nu eigenlijk?

Beelddenken - Getting Ahead

Beelddenken is een gave: een creatieve, drie-dimensionele manier van denken. Helaas kan deze manier van denken wel problemen opleveren met taal (dyslexie), rekenen, zelfvertrouwen, planning en organisatie.

Je kunt dit simpele testje doen om te kijken of je een voorkeur voor beelden of woorden hebt. Denk maar eens aan het woord stoel. Wat zie je?

Zie je de letters S-T-O-E-L of zie je een plaatje van een stoel?

Als je een plaatje ziet ben je waarschijnlijk een beelddenker en gaat je voorkeur uit naar visuele informatieverwerking.

taaldenker vs beelddenker
taaldenker vs beelddenker

Een aantal voorbeelden uit het dagelijks leven van een beelddenker zijn;

  • geen tijdsbesef
  • concentratieproblemen ivm korte aandachtspanne
  • wisselend prestatiepatroon
  • veel fantasie (soms op het leugenachtige af), vindingrijkheid en originaliteit
  • faalangst
  • overdreven gevoel van rechtvaardigheid
  • zeer veel empathie
  • impulsief
  • moeite met het verwoorden van gevoelens en/of emoties
  • doorzettingsvermogen
  • onverwacht heldere inzichten
  • moeite om zaken te ordenen / systematisch aan te pakken
  • De gedachten vervangen de taal. Taal komt pas aan de orde nadat het beeld bekeken en begrepen is.
Wat ziet een beelddenker?

Hij ziet meer dan er geschreven of gezegd is. Hij voelt, ruikt, ziet en interpreteert. Het verhaal wordt emotioneel gekleurd.

Het hele leven van een beelddenker staat in het teken van deze bijzondere eigenschap. Het zelfbeeld en de perceptie van de wereld worden bepaald door hoe alles om hen heen ervaren wordt.

Wanneer je een beelddenker iets verteld, ziet deze de gebeurtenis als een film voor zich. De zintuigen horen, zien, voelen worden tegelijk ervaren. Het gevoel speelt een belangrijke rol. Ervaringen zijn gekleurd met emotie, geuren en kleuren.

Hoe luistert een beelddenker?

Visueel zijn ze sterk maar auditief niet vandaar dat het vaak lijkt alsof ze niet luisteren. Er is een vertraging in de reactie op aanwijzingen en opdrachten.  Ze hebben moeite met het verwerken van informatie die mondeling wordt aangeboden. Het geeft problemen met het onthouden van de instructies als ze niet bij lange instructies de draad niet al lang kwijt geraakt zijn.

Hoe denkt een beelddenker?

Ze zien makkelijk de grote lijnen. Ze zien 32 beelden per seconde dus het denken in beelden gaat minimaal 15x sneller dan denken in woorden (2 woorden per seconde). Hun gedachten gaan sneller dan hun woorden kunnen bijhouden. Ze praten veel met de handen en struikelen vaak over hun woorden. Hun woordenschat en gedachtegang is origineel. Maar ze nemen gemaakte opmerkingen vaak letterlijk en dit kan tot miscommunicatie leiden. Zaken worden ook persoonlijk aangetrokken en ze hebben moeite om hier afstand van te nemen. Details worden pas waar genomen als het totaal plaatje gezien is wat op school problemen oplevert omdat de lesstof stap voor stap wordt aangeboden.

Hoe ontstaat het?

Iedereen wordt geboren met een dominante rechter hersenhelft, makkelijk te verklaren aangezien de taalontwikkeling en het beredeneren pas op latere leeftijd komt. Baby’s maken geen gebruik van taal. Zij lezen lichaamstaal. Door het bewegen van armen en benen verkennen ze de ruimte om zich heen. Met klanken (huilen) maken zij duidelijk dat ze iets willen. Alles is gericht op het vervullen van een behoefte: primair denkproces. Dan leert een kind praten, taal gaat overheersen en kinderen gaan de wereld ‘beredeneren’. Rond het derde/vierde jaar gaat een kind in woorden denken: secundair denkproces.

Een goed voorbeeld: een baby heeft honger. Hij gaat huilen, krijsen en met zijn armen en benen zwaaien om de aandacht van zijn moeder te krijgen
= PRIMAIR DENKPROCES

De baby zal niet beredeneren dat zijn moeder aan het stofzuigen is, en dat hij dus even moet wachten = SECONDAIR DENKPROCES

Een kleine groep kinderen maakt deze overstap niet. Zo’n 5% blijft in beelden denken (primair denkproces). De rechter hersenhelft blijft dominant. De linker hersenhelft kan een achterstand gaan vertonen. Dit hoeft echter niet. Hoogbegaafde mensen bijvoorbeeld denken in beelden en zijn ook goed in taal en rekenen. Hun linker- en rechter hersenhelft zijn even sterk. Als de linker hersenhelft wel minder wordt ontwikkeld, kan dit leerproblemen veroorzaken.  Het onderwijs sluit namelijk niet aan bij alle denkwijzen. Logisch, want de meerderheid van de mensen (±95%) leert auditief digitaal (via het gehoor). Slechts een kleine groep (5%) leert visueel.

Linker hersenhelft                                       Rechter hersenhelft

  1. Secondair voorkeursdenken                      Primair voorkeursdenken
  2. Beredeneren                                               Beleven
  3. Informatie opbouwen                                Ritme
  4. Planning en organisatie                             Ruimtelijk inzicht
  5. Tijdsbesef                                                    Overzicht
  6. Details                                                          Verbeelding
  7. Woorden (taal)                                            Dagdromen
  8. Nummers (rekenen)                                   Kleur

Het (leren) omgaan met beelddenk kwaliteiten valt of staat bij de begeleiding. Het ordenen van de informatie is een probleem waar beelddenkers elke dag tegenaan lopen. Het vergt veel inlevingsvermogen van de leerkrachten in het onderwijs hoe hier mee om te gaan. Onbegrip over hun denkwijze werkt faalangst in de hand. Ze moeten juist leren vertrouwen op hun sterke kanten; hun oplossend vermogen bijvoorbeeld. Help ze met het ontwikkelen van strategieën om informatie opname te automatiseren. Een van de belangrijkste punten is inzicht krijgen is het waarom. Waarom moet iets geleerd worden? Wat is het grote plaatje?


(meer…)

Lees verder

Wat is jouw manier van leren?

wat is jouw manier van leren

Hoe leer jij? Als je weet op welke manier jij het beste leert, kun je hier op inspelen en het maximale uit jezelf halen. Speelt alles zich af als een film in je hoofd? De wereld is niet standaard waarom jouw manier van leren van wel. Is jouw kind wellicht een beelddenker? Deze wetenschap is cruciaal voor het correct aanbieden van de leerstof en maakt een wereld van verschil in het opnemen van informatie.

Linda Silverman heeft hier onderzoek naar gedaan en dit beschreven in haar boek Upside-Down Brilliance: The Visual-Spatial Learner (Nederlandse vertaling: Omgekeerd briljant: De visueel-ruimtelijke leerling).

In het onderwijs staan we hier te weinig bij stil. De leerstof wordt aangeboden op een manier die voor 95% van de bevolking werkt maar die voor de overgebleven 5% niet of nauwelijks werkt. Het zijn de leerlingen die op school erg gevoelig zijn voor de houding van de leerkracht, erg onregelmatige cijfers halen. De leerstof wordt namelijk altijd wel of niet begrepen en nooit een beetje. De complexere onderwerpen worden eerder begrepen dan simpele taken. Er worden gemakkelijk verbanden gelegd en zodoende komen ze vaak tot intuïtieve en/of ingenieuze oplossingen voor problemen. Er wordt vanuit een overzicht geleerd en de concepten worden voor altijd opgeslagen. Stampwerk werkt niet omdat hier niet het nut van wordt ingezien.
Het zijn leerlingen die hun zaken op een geheel eigen wijze georganiseerd hebben.

Onder hen zijn de creatieve geesten maar ook ambachtelijke, technische, muzikale, emotionele en spiritueel begaafde leerlingen. Het zijn laatbloeiers die pas vaak na school hun doel vinden en dan opleven.

Een dyslect is daarom ook een beelddenker. Woorddenkers zijn auditief ingestelde leerlingen die kunnen vertrouwen op hun gehoor bij het aanleren van de spelling van woorden. Dit gaat niet op bij dyslecten, zij moeten woorden visualiseren voordat ze de woorden kunnen spellen. Ze hebben een sterk visueel geheugen en moeten hierop leren vertrouwen. Ze leren hele woorden dan ook makkelijker dan woorden spellend uitspreken zoals dat op school gebruikelijk is. Een gedeelte geeft de voorkeur aan het toetsenbord boven het schrijven. Een leerling vertelde mij eens dat hij zo de plaatsing van de letters voor zich ziet; het patroon zeg maar.

Doe de test: Ben jij een beelddenker?

1. Denk je vooral in beelden in plaats van woorden?
2. Weet jij dingen, zonder in staat te zijn uit te leggen waarom?
3. Los jij problemen op ongebruikelijke wijze op?
4. Heb jij een levendige verbeelding?
5. Herinner jij je wat je gezien hebt en vergeet je wat je hoort?
6. Ben jij verschrikkelijk slecht in het spellen van woorden?
7. Kun jij zaken visualiseren uit verschillende perspectieven?
8. Ben jij slecht in plannen, organiseren en opruimen?
9. Verlies jij vaak het bewustzijn van tijd?
10. Lees jij liever een kaart dan mondelinge aanwijzingen te volgen?
11. Herinner jij je plaatsen die je slecht een keer hebt bezocht?
12. Is je handschrift moeilijk leesbaar?
13. Kun jij aanvoelen van anderen voelen?
14. Ben jij muzikaal, artistiek of mechanisch aangelegd?
15. Weet jij meer dan anderen denken dat je weet?
16. Heb jij een hekel aan spreken voor een groep mensen?
17. Voel jij je slimmer naarmate je ouder wordt?
18. Ben jij een slaaf van je (spel)computer?

Als je 10 van de bovenstaande vragen met “ja” hebt beantwoord, ben je hoogstwaarschijnlijk een beelddenker. Bedenk wel ieder mens is uniek en iedereen uit zich op zijn manier.

Doe de test: Is jouw kind een beelddenker?

1. Is jouw zoon of dochter goed in puzzelen?
2. Houdt je kind veel van de TV en/of spelcomputer?
3. Speelt je kind graag met constructiespeelgoed (Lego ed.)?
4. Heeft je kind een levendige fantasie en kan daardoor op gaan in zijn/haar fantasiewereld?
5. Wordt hij/zijn snel afgeleid?
6. Moet je instructies vaak herhalen voordat de taken worden uitgevoerd?
7. Heeft je kind laat leren lopen?
8. Wiebelt bij/zij veel?
9. Eerst doen en dan pas denken?
10. Is hij/zij overweldigend aanwezig op verjaardagen en in pretparken (na eerst de kat uit de boom te hebben gekeken)?
11. Denkt je kind erg zwart/wit?
12. Is hij/zij perfectionistisch, faalt niet graag (zelfs van jaren geleden)?
13. Wint je kind graag en is een slechte verliezer?
14. Herinnert hij/zij zich gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?
15. Heeft je kind problemen met het vasthouden van een pen en een slecht handschrift?
16. Heeft je kind last van allergie, last van astma of veel oorontstekingen (gehad)?
17. Heeft je kind een goed gevoel voor humor (creatieve woordspelingen)?
18. Moeten de etiketten uit kleding geknipt worden? Draagt hij/zij graag zachte stoffen en heeft hij/zij een hekel aan harde knoopjes?

Als je 10 van de bovenstaande vragen met “ja” hebt beantwoord, is jouw kind waarschijnlijk een beelddenker.

De meeste ouders herkennen hun kind hier direct in bij het zien van de vragen. Bedenk wel dat ieder mens uniek is en zich uit op zijn eigen manier.

Als je weet hoe jij het beste leert, kun je hier je voordeel mee doen en hier zoveel mogelijk op inspelen.


(meer…)

Lees verder
Sluit Menu