Hoe leer je het best?

  Houden we eigenlijk rekening met hoe een leerling het beste leert? Je zou zeggen dat als je weet hoe iemand het beste leert, veel problemen opgelost zouden zijn of in ieder geval minder groot. In een ideale wereld zou je namelijk niet constant het gevoel hebben dat je faalt. Nee, je zou precies weten hoe je informatie het beste tot je neemt, je zou hierop inspelen en vervolgens het beste uit jezelf halen. De leerkrachten zouden zich dan afvragen hoe het beste uit de leerlingen zouden kunnen halen. De wereld is namelijk niet standaard dus waarom de manier van leren wel? Dus hierbij de vraag: Hoe leer je het best?   Zoals jullie weten heb ik het al vaker gehad over de verschillende leerstijlen die er zijn. De leerlingen waar ik het…

Lees verder

Train je geheugen en wordt een ster in onthouden

Geheugen

 

Waarom onthoudt de een hele lappen tekst en heb jij al last met een paar boodschappen. Is het onthouden van veel informatie puur een kwestie van aanleg of kun je je geheugen ook trainen? We kunnen hier kort over zijn. Het is aan te leren. Het is niet zomaar een trucje maar een techniek die al lang gebruikt word en keer op keer bewezen is in psychologisch onderzoek.

Een eeuwenoud geheugensysteem

Deze methode heet de LOCI route. Dit is een eeuwenoud geheugensysteem die al werd gebruikt door de Romeinen en de oude Grieken. Ze onthielden middels deze manier hele theaterstukken, poëzie of literatuur die ze avond-aan-avond voordroegen aan een groot publiek. Het is een effectief systeem als je heel veel informatie moet onthouden voor bijvoorbeeld een presentatie of een examen. Ideaal dus als je rijtjes met jaartallen en/of begrippen moet leren. Nu snap je waarschijnlijk ook hoe toneelspelers of acteurs al hun tekst kunnen onthouden.

LOCI is Latijn voor plaatsen; je gaat de informatie dus plakken aan plaatsen.

Een goede geheugentechniek moet aan de volgende principes voldoen.
  • Hoe beter je het gegeven kunt visualiseren hoe beter
  • Wees creatief, overdreven en belachelijk. Hoe absurder, hoe beter
  • Bewegingen maken de beelden herkenbaar en beter te onthouden
  • Hetzelfde geldt voor kleur. Het maakt het geheel levendiger en eenvoudiger.
  • Benader het positief. Fijne gedachten blijven hangen. Negatieve gedachten verdringen we.
  • Symbolen werken goed. Daarom werken deze ook goed in mindmaps.

Laten we als voorbeeld een boodschappenlijst nemen.

Boodschappenlijst:
  • Toiletpapier
  • Wortels
  • Cola
  • Gehakt
  • Melk
  • Ontbijtkoek
  • Kipfilets
  • Aardappelen
  • Bloem
  • Vloeibare boter
Hoe werkt het?
  1. Bedenk een route die je vaak loopt. Dit kan een route zijn door het huis of de route naar school.
  2. Bedenk vaste punten op deze route. De route door het huis kan punten bevatten als voordeur, kapstok, tussendoor, bank, salontafel, televisie, staande lamp en servieskast. De route naar school zijn dit de punten onderweg zoals, fietspad, lantarenpaal, stopbord, fietstunnel, rotonde, politiebureau en supermarkt.
  3. Zorg ervoor dat je evenveel herkenningspunten hebt als te onthouden punten.
  4. Loop de route in je gedachten nogmaals en koppel nu de herkenningspunten aan de te onthouden feiten. Natuurlijk in de goede volgorde. Je onthoudt het beter als je absurde links maakt. Hoe absurder en kleurrijker, hoe makkelijker je de zaken onthoudt. Wees creatief en laat je fantasie de vrije loop.

Je stapt op je paarse fiets en ziet dat er een sliert groen toiletpapier aan je fiets hangt. Langs het fietspad liggen massa’s oranje worteltjes. De fietstunnel stroomt vol cola en en drijven gehaktballen in. Bij de rotonde staat een fontein waar melk uit sproeit en er varen ontbijtkoek boten in. Bij de zebra steken kipfiletjes over met aardappel hoedjes. Om de hoek, vlakbij de winkel kom je terecht in een storm van bloem en begint het vloeibare boter te regenen.

Voordelen:
  • Het maakt het leren makkelijker
  • Je visuele voorkeur leerstrategie wordt toegepast
  • De chronologische volgorde van jaartallen volgen de route van je fietstocht
  • Je linkerhersenhelft houdt van de structuur
  • Je rechterhersenhelft wordt blij van de beelden en de kleuren
  • De samenwerking tussen je beide hersenhelften zorgen voor de optimale werking van je geheugen
Toepassing:

Deze techniek om je geheugen te trainen is te gebruiken voor alle vakken op school namelijk voor de volgorde en structuur van je boekbespreking of spreekbeurt of voor een ander soort presentatie.

Maar ook de jaartallen van geschiedenis, de begrippen van filosofie, de formules van scheikunde of natuurkunde.

Als je er ervaring mee krijgt, zie je onbeperkte mogelijkheden. Je kunt voor meerdere vakken meerdere routes aanleggen.

Je kunt behalve een route ook een verhaal schrijven. Hoe raarder, hoe meer meer details hoe beter jij je stof onthoudt. Leef je uit!

(meer…)

Lees verder

Zo houd je je hoofd koel tijdens je examen!

Schrijf je hier in!Hoe houdt je je hoofd koel tijdens het examen

Het is heel normaal om je gespannen te voelen voor een examen. Dat houd je scherp. Maar wat te doen als je gepieker negatieve invloed gaat uitoefenen op je prestaties. Gedachtes als “Het lukt me toch niet”, “Ik haal toch nooit genoeg studiepunten”, of “Help, ik weet niets meer!” zijn enkel ondermijnende gedachten die je aandacht weghalen bij het examen. Hoe houdt je je hoofd koel?
De kracht van de gedachten

Stop met piekeren! Gedachten zijn een krachtig middel in het creëren van een werkelijkheid. Denk jij maar vaak genoeg dat je iets kunt, dan is de kan groot dat het je ook gaat lukken. Jezelf dingen gaan verwijten of aan je uitslag twijfelen mag best na het examen maar heeft geen enkele zin tijdens het examen. Schrijf ze in je hoofd op een papiertje en gooi het vervolgens weg. Breng je aandacht vervolgens weer terug naar het examen.

Trek je eigen plan

Laat je niet van de wijs brengen door de negatieve gevoelens die bij veel anderen heersen zo vlak voor het examen. Negeer ze of vraag degene ermee op te houden. Niemand heeft wat aan de opmerkingen: “Ik ben zo zenuwachtig, ben jij ook zo zenuwachtig?”. “Ik heb gehoord dat het heel moeilijk is”. “Meestal zakt de helft op dit onderdeel”. Bouw zelfvertrouwen op waar je op deze momenten op terug kunt vallen. “Ik heb me goed voorbereid”. “Ik heb een degelijke examenstrategie”. “Ik kan dit”.

Weet hoe het examen eruit ziet

Als je weet wat je kunt verwachten, kun je jezelf beter voorbereiden en dit geeft je zelfvertrouwen weer een boost. Als je weet hoeveel onderdelen er zijn, kun je in een inschatting maken hoe lang je met elk onderdeel bezig kunt zijn. Zo verdeel je je tijd en voorkom je dat je je gaat haasten en hierdoor fouten gaat maken.

Maak gebruik van een hulpplan

Schrijf slogans op een kaartje die jou gaan helpen om je aandacht erbij te houden of je terug te brengen tijdens een paniek moment. Laat deze eventueel zien aan de surveillant in de examenzaal en lag deze voor je neer op tafel.

  • Ik heb mij goed voorbereid
  • Lees de vraag goed
  • Ik heb hoef niet alles te weten
  • Ik neem mijn tijd om rustig na te denken
  • Ik sla de vraag over die ik (nu even) niet weet
Maak gebruik van een vaste examenroutine

Met een vaste routine sta je jezelf toe om de vragen aandachtig door te lezen en je bent vervolgens in staat om zorgvuldig tot een volledig antwoord te komen. Angst kan je ertoe verleiden om het geheel af te gaan raffelen. Geef hier niet aan toe. Merk je dat in paniek raakt omdat je het antwoord niet weet, sla dat gedeelte over en steek je energie in de volgende vragen. Aan het eind keer je dan terug naar de vragen die niet wist.

De tactiek bij multiple choice

Stappenplan voor het benaderen van multiple choice vragen.

  1. Beantwoord eerst de vragen waar je zo een antwoord op hebt
  2. Vervolgens ga je naar de moeilijkere vragen.
  3. Neem je tijd om goed op aanwijzingen in de antwoorden te kijken. Welk antwoord past beste bij de vraag.
  4. Er zijn er bij 4 antwoorden meestal gelijk 2 die je kunt afstrepen. Dan moet je bij de twee overgebleven goed letten op de details
  5. Zorg ervoor dat je uiteindelijk alle vragen hebt beantwoord. Zelfs bij twijfel omcirkel je een antwoord. Wie weet is hij goed.

Pas op met het verbeteren van antwoorden. Je eerste ingeving is vaak de goede. Verbeter alleen als je 100% overtuigd bent van een fout. Verbeter nooit uit zenuwen of twijfel!

Geef jezelf de tijd om rustig over een antwoord na te denken. Want een antwoord niet a la minute weten betekent alleen dat je even moet graven.

Succes!


(meer…)

Lees verder

Examens – zo begin je er goed aan!

Vrij van examenstress

Relaxthee, peptalks, klavertjes vier zoeken, bergen chips en chocolade …. De examens komen er weer aan….. (of is dit een standaard weekend voor jou?) Zie je angsten onder ogen en bedenk wat je angsten precies zijn. Wellicht heb je last van twijfels – twijfels over jezelf of twijfels of het je gaat lukken. Wellicht hebt je last van stress. Spanning hoeft niet slecht te zijn. Het maakt ons scherper en dat is juist goed. De meeste garantie op succes heb je met een gedegen voorbereiding en een uitgedachte examentactiek.

Het examen is bedoeld om te testen of de stof van de afgelopen jaren goed beheerd. Je moet laten zien dat je minstens de helft van al de stof kent + 10%. Zo klinkt het best haalbaar.

Affirmatie – de kracht van je gedachten

Hoe zie jij jezelf? Hoe zie jij de wereld? Is het glas vaker half vol of half leeg? De manier waarop jij tegen jezelf en je vermogens aankijkt heeft invloed op je gedachten. Als je een slecht zelfbeeld hebt en er gebeurt iets slechts dan blijf je hangen in dit mindere zelfbeeld. Om je zelfvertrouwen te vergroten is een beter zelfbeeld cruciaal. Een affirmatie kan dan helpen, dit is een positief zinnetje dat je regelmatig tegen jezelf kunt zeggen. Het doel hiervan is om je geloof in jezelf te vergroten. Je onderbewustzijn luistert namelijk naar woorden en niet naar feitelijke waarheden. Het gelooft dus wat jij tegen jezelf zegt, zijn dit negatieve woorden dan worden deze voor waarheid aangenomen. Als je vaak tegen jezelf zegt dat je iets toch niet kunt, dan ga je daar vanzelf in geloven. Dit werkt ook andersom. Iemand met veel zelfvertrouwen, gelooft in zichzelf en neemt dit dus voor waarheid aan. Je moet wel realistisch blijven, want het zijn geen toverspreuken. Gebruik positieve woorden en vermijd het woord NIET.

Bereid je goed voor

Begin op tijd met leren. Als je weet hoe lang jouw ideale leerblok is en wat je leert in die tijd, kun je plannen hoeveel leerblokken (dus hoeveel tijd) je nodig hebt om je de stof voor het examen eigen te maken. Maak een duidelijke examenplanner. Het overzicht zal je de broodnodige rust brengen. Angstig makende gedachten kunnen je ervan weerhouden om op tijd te beginnen, maar stel het niet uit tot het allerlaatst. Je mogelijke angsten kunnen er ook voor zorgen dat je inzet vermindert want het gaat je toch lukken dus waarom zou je al die inspanning leveren. Een optimale voorbereiding levert je zelfvertrouwen en rust.  Plan ook je herhaaltijd in en houdt rekening met wat extra blokken voor onvoorziene gebeurtenissen. Maak je doelen SMART. Zorg ervoor dat je hoofd- en bijzaken van elkaar scheidt.

Studeer actief

Als je je bedenkt dat je 90% onthoudt van wat je ziet, zegt en doet moet je op verschillende manieren bezig zijn met de lesstof. Maak gebruik van mindmaps om samenvattingen te maken. Hierin kun je gebruik maken van kleuren, symbolen en beelden. Onderwerpen die je kunt visualiseren, horen, proeven, ruiken of voelen onthoud je makkelijker. Wees kritisch naar jezelf en test jezelf aan de hand van oude tentamens of beschikbaar gestelde proefexamens. Zo heb je nog tijd om aan je zwakke plekken te werken. Studenten die succesvol zijn op examens weten wat er van ze verwacht wordt en weten wat er getest wordt. Informeer hierover bij docenten of let erop in oude tentamens of proefexamens.
Er is een tijd voor studeren en een tijd voor ontspanning
Er moet een goede balans zijn tussen studeren en vrije tijd om gemotiveerd te blijven. Plan de ontspanningsmomenten in je examenplanner. Gun jezelf deze rust in deze drukke, spannende tijd.


(meer…)

Lees verder

Beelddenken; wat is dat nu eigenlijk?

Beelddenken - Getting Ahead

Beelddenken is een gave: een creatieve, drie-dimensionele manier van denken. Helaas kan deze manier van denken wel problemen opleveren met taal (dyslexie), rekenen, zelfvertrouwen, planning en organisatie.

Je kunt dit simpele testje doen om te kijken of je een voorkeur voor beelden of woorden hebt. Denk maar eens aan het woord stoel. Wat zie je?

Zie je de letters S-T-O-E-L of zie je een plaatje van een stoel?

Als je een plaatje ziet ben je waarschijnlijk een beelddenker en gaat je voorkeur uit naar visuele informatieverwerking.

taaldenker vs beelddenker
taaldenker vs beelddenker

Een aantal voorbeelden uit het dagelijks leven van een beelddenker zijn;

  • geen tijdsbesef
  • concentratieproblemen ivm korte aandachtspanne
  • wisselend prestatiepatroon
  • veel fantasie (soms op het leugenachtige af), vindingrijkheid en originaliteit
  • faalangst
  • overdreven gevoel van rechtvaardigheid
  • zeer veel empathie
  • impulsief
  • moeite met het verwoorden van gevoelens en/of emoties
  • doorzettingsvermogen
  • onverwacht heldere inzichten
  • moeite om zaken te ordenen / systematisch aan te pakken
  • De gedachten vervangen de taal. Taal komt pas aan de orde nadat het beeld bekeken en begrepen is.
Wat ziet een beelddenker?

Hij ziet meer dan er geschreven of gezegd is. Hij voelt, ruikt, ziet en interpreteert. Het verhaal wordt emotioneel gekleurd.

Het hele leven van een beelddenker staat in het teken van deze bijzondere eigenschap. Het zelfbeeld en de perceptie van de wereld worden bepaald door hoe alles om hen heen ervaren wordt.

Wanneer je een beelddenker iets verteld, ziet deze de gebeurtenis als een film voor zich. De zintuigen horen, zien, voelen worden tegelijk ervaren. Het gevoel speelt een belangrijke rol. Ervaringen zijn gekleurd met emotie, geuren en kleuren.

Hoe luistert een beelddenker?

Visueel zijn ze sterk maar auditief niet vandaar dat het vaak lijkt alsof ze niet luisteren. Er is een vertraging in de reactie op aanwijzingen en opdrachten.  Ze hebben moeite met het verwerken van informatie die mondeling wordt aangeboden. Het geeft problemen met het onthouden van de instructies als ze niet bij lange instructies de draad niet al lang kwijt geraakt zijn.

Hoe denkt een beelddenker?

Ze zien makkelijk de grote lijnen. Ze zien 32 beelden per seconde dus het denken in beelden gaat minimaal 15x sneller dan denken in woorden (2 woorden per seconde). Hun gedachten gaan sneller dan hun woorden kunnen bijhouden. Ze praten veel met de handen en struikelen vaak over hun woorden. Hun woordenschat en gedachtegang is origineel. Maar ze nemen gemaakte opmerkingen vaak letterlijk en dit kan tot miscommunicatie leiden. Zaken worden ook persoonlijk aangetrokken en ze hebben moeite om hier afstand van te nemen. Details worden pas waar genomen als het totaal plaatje gezien is wat op school problemen oplevert omdat de lesstof stap voor stap wordt aangeboden.

Hoe ontstaat het?

Iedereen wordt geboren met een dominante rechter hersenhelft, makkelijk te verklaren aangezien de taalontwikkeling en het beredeneren pas op latere leeftijd komt. Baby’s maken geen gebruik van taal. Zij lezen lichaamstaal. Door het bewegen van armen en benen verkennen ze de ruimte om zich heen. Met klanken (huilen) maken zij duidelijk dat ze iets willen. Alles is gericht op het vervullen van een behoefte: primair denkproces. Dan leert een kind praten, taal gaat overheersen en kinderen gaan de wereld ‘beredeneren’. Rond het derde/vierde jaar gaat een kind in woorden denken: secundair denkproces.

Een goed voorbeeld: een baby heeft honger. Hij gaat huilen, krijsen en met zijn armen en benen zwaaien om de aandacht van zijn moeder te krijgen
= PRIMAIR DENKPROCES

De baby zal niet beredeneren dat zijn moeder aan het stofzuigen is, en dat hij dus even moet wachten = SECONDAIR DENKPROCES

Een kleine groep kinderen maakt deze overstap niet. Zo’n 5% blijft in beelden denken (primair denkproces). De rechter hersenhelft blijft dominant. De linker hersenhelft kan een achterstand gaan vertonen. Dit hoeft echter niet. Hoogbegaafde mensen bijvoorbeeld denken in beelden en zijn ook goed in taal en rekenen. Hun linker- en rechter hersenhelft zijn even sterk. Als de linker hersenhelft wel minder wordt ontwikkeld, kan dit leerproblemen veroorzaken.  Het onderwijs sluit namelijk niet aan bij alle denkwijzen. Logisch, want de meerderheid van de mensen (±95%) leert auditief digitaal (via het gehoor). Slechts een kleine groep (5%) leert visueel.

Linker hersenhelft                                       Rechter hersenhelft

  1. Secondair voorkeursdenken                      Primair voorkeursdenken
  2. Beredeneren                                               Beleven
  3. Informatie opbouwen                                Ritme
  4. Planning en organisatie                             Ruimtelijk inzicht
  5. Tijdsbesef                                                    Overzicht
  6. Details                                                          Verbeelding
  7. Woorden (taal)                                            Dagdromen
  8. Nummers (rekenen)                                   Kleur

Het (leren) omgaan met beelddenk kwaliteiten valt of staat bij de begeleiding. Het ordenen van de informatie is een probleem waar beelddenkers elke dag tegenaan lopen. Het vergt veel inlevingsvermogen van de leerkrachten in het onderwijs hoe hier mee om te gaan. Onbegrip over hun denkwijze werkt faalangst in de hand. Ze moeten juist leren vertrouwen op hun sterke kanten; hun oplossend vermogen bijvoorbeeld. Help ze met het ontwikkelen van strategieën om informatie opname te automatiseren. Een van de belangrijkste punten is inzicht krijgen is het waarom. Waarom moet iets geleerd worden? Wat is het grote plaatje?


(meer…)

Lees verder

Wat is jouw manier van leren?

wat is jouw manier van leren

Hoe leer jij? Als je weet op welke manier jij het beste leert, kun je hier op inspelen en het maximale uit jezelf halen. Speelt alles zich af als een film in je hoofd? De wereld is niet standaard waarom jouw manier van leren van wel. Is jouw kind wellicht een beelddenker? Deze wetenschap is cruciaal voor het correct aanbieden van de leerstof en maakt een wereld van verschil in het opnemen van informatie.

Linda Silverman heeft hier onderzoek naar gedaan en dit beschreven in haar boek Upside-Down Brilliance: The Visual-Spatial Learner (Nederlandse vertaling: Omgekeerd briljant: De visueel-ruimtelijke leerling).

In het onderwijs staan we hier te weinig bij stil. De leerstof wordt aangeboden op een manier die voor 95% van de bevolking werkt maar die voor de overgebleven 5% niet of nauwelijks werkt. Het zijn de leerlingen die op school erg gevoelig zijn voor de houding van de leerkracht, erg onregelmatige cijfers halen. De leerstof wordt namelijk altijd wel of niet begrepen en nooit een beetje. De complexere onderwerpen worden eerder begrepen dan simpele taken. Er worden gemakkelijk verbanden gelegd en zodoende komen ze vaak tot intuïtieve en/of ingenieuze oplossingen voor problemen. Er wordt vanuit een overzicht geleerd en de concepten worden voor altijd opgeslagen. Stampwerk werkt niet omdat hier niet het nut van wordt ingezien.
Het zijn leerlingen die hun zaken op een geheel eigen wijze georganiseerd hebben.

Onder hen zijn de creatieve geesten maar ook ambachtelijke, technische, muzikale, emotionele en spiritueel begaafde leerlingen. Het zijn laatbloeiers die pas vaak na school hun doel vinden en dan opleven.

Een dyslect is daarom ook een beelddenker. Woorddenkers zijn auditief ingestelde leerlingen die kunnen vertrouwen op hun gehoor bij het aanleren van de spelling van woorden. Dit gaat niet op bij dyslecten, zij moeten woorden visualiseren voordat ze de woorden kunnen spellen. Ze hebben een sterk visueel geheugen en moeten hierop leren vertrouwen. Ze leren hele woorden dan ook makkelijker dan woorden spellend uitspreken zoals dat op school gebruikelijk is. Een gedeelte geeft de voorkeur aan het toetsenbord boven het schrijven. Een leerling vertelde mij eens dat hij zo de plaatsing van de letters voor zich ziet; het patroon zeg maar.

Doe de test: Ben jij een beelddenker?

1. Denk je vooral in beelden in plaats van woorden?
2. Weet jij dingen, zonder in staat te zijn uit te leggen waarom?
3. Los jij problemen op ongebruikelijke wijze op?
4. Heb jij een levendige verbeelding?
5. Herinner jij je wat je gezien hebt en vergeet je wat je hoort?
6. Ben jij verschrikkelijk slecht in het spellen van woorden?
7. Kun jij zaken visualiseren uit verschillende perspectieven?
8. Ben jij slecht in plannen, organiseren en opruimen?
9. Verlies jij vaak het bewustzijn van tijd?
10. Lees jij liever een kaart dan mondelinge aanwijzingen te volgen?
11. Herinner jij je plaatsen die je slecht een keer hebt bezocht?
12. Is je handschrift moeilijk leesbaar?
13. Kun jij aanvoelen van anderen voelen?
14. Ben jij muzikaal, artistiek of mechanisch aangelegd?
15. Weet jij meer dan anderen denken dat je weet?
16. Heb jij een hekel aan spreken voor een groep mensen?
17. Voel jij je slimmer naarmate je ouder wordt?
18. Ben jij een slaaf van je (spel)computer?

Als je 10 van de bovenstaande vragen met “ja” hebt beantwoord, ben je hoogstwaarschijnlijk een beelddenker. Bedenk wel ieder mens is uniek en iedereen uit zich op zijn manier.

Doe de test: Is jouw kind een beelddenker?

1. Is jouw zoon of dochter goed in puzzelen?
2. Houdt je kind veel van de TV en/of spelcomputer?
3. Speelt je kind graag met constructiespeelgoed (Lego ed.)?
4. Heeft je kind een levendige fantasie en kan daardoor op gaan in zijn/haar fantasiewereld?
5. Wordt hij/zijn snel afgeleid?
6. Moet je instructies vaak herhalen voordat de taken worden uitgevoerd?
7. Heeft je kind laat leren lopen?
8. Wiebelt bij/zij veel?
9. Eerst doen en dan pas denken?
10. Is hij/zij overweldigend aanwezig op verjaardagen en in pretparken (na eerst de kat uit de boom te hebben gekeken)?
11. Denkt je kind erg zwart/wit?
12. Is hij/zij perfectionistisch, faalt niet graag (zelfs van jaren geleden)?
13. Wint je kind graag en is een slechte verliezer?
14. Herinnert hij/zij zich gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?
15. Heeft je kind problemen met het vasthouden van een pen en een slecht handschrift?
16. Heeft je kind last van allergie, last van astma of veel oorontstekingen (gehad)?
17. Heeft je kind een goed gevoel voor humor (creatieve woordspelingen)?
18. Moeten de etiketten uit kleding geknipt worden? Draagt hij/zij graag zachte stoffen en heeft hij/zij een hekel aan harde knoopjes?

Als je 10 van de bovenstaande vragen met “ja” hebt beantwoord, is jouw kind waarschijnlijk een beelddenker.

De meeste ouders herkennen hun kind hier direct in bij het zien van de vragen. Bedenk wel dat ieder mens uniek is en zich uit op zijn eigen manier.

Als je weet hoe jij het beste leert, kun je hier je voordeel mee doen en hier zoveel mogelijk op inspelen.


(meer…)

Lees verder
Snel beter Engels met deze 20 tips
Snel en gegarandeerd je Engels verbeteren

Snel beter Engels met deze 20 tips

Je weet dat Engels steeds belangrijker wordt, of het nu op school is of tijdens je werk. Maar hoe krijg je nu snel beter Engels. Het is een behoorlijk lastige taal. Volg deze 20 tips en ook jij zult snel beter worden in Engels.  

  1. Rule of 4

4 nieuwe woorden + 4 synoniemen + 4 antoniemen

“The weather is nice” “Did you have a nice holiday?” “That is a really nice dress”

Dit kan natuurlijk beter. Vragen en opmerkingen worden veel interessanter als je in elke zin een synoniem (of tegenstelling) had gebruikt. Je breidt zo niet alleen snel je vocabulaire uit, je houdt mensen ook geboeid.

  1. Leer woorden altijd in zinnen

Nieuwe woorden onthoud je makkelijker in zinsverband en als je ze in zinnen plaatst weet je ook zeker dat je altijd de juiste context hebt.

  1. Praat (hardop) tegen jezelf

Wie doet het niet – tegen zichzelf praten….. ik raad het je van harte aan. Het is vaak raar om je eigen stem te horen, laat staan in het Engels. Wat zou je over je werk willen vertellen bijvoorbeeld? 

  1. Wees niet bang om fouten te maken

Om vooruitgang te boeken moet je veel oefenen – heel veel oefenen – maar dan zul je ook fouten maken. Niemand gaat je uitlachen (wellicht een onderwerp van een van je nachtmerries). Een eventuele miscommunicatie is snel verholpen. Om de legendarische woorden van Edison te gebruiken: ik heb niet gefaald, ik heb alleen maar 10.000 manieren gevonden die niet werkten.

  1. Leer de onregelmatige woorden

Het is heel belangrijk dat je geen fouten meer maakt in het gebruik van je onregelmatige werkwoorden. Dit document zal je helpen met het onder de knie krijgen van de meest gebruikte onregelmatige werkwoorden

Common Irregular Verbs Grouped

  1. Stel jezelf een doel

Stel jezelf een praktisch en haalbaar doel. Natuurlijk wil je zo snel mogelijk het Engels onder de knie hebben maar wees realistisch in hoeveel uur per week je eraan kunt besteden. Wees eerlijk naar jezelf toe!   

  1. Start een eigen woordenboek

Zorg dat je altijd een notitieboekje bij je hebt voor nieuwe woorden, een  notitieboek via je smartphone kan ook. Ontdek wat voor jou het best werkt. Je eigen woorden zul je sneller onthouden en ze zullen ook vaker terug komen in je taalgebruik.

  1. Bedenk waarom je de taal wilt leren

Een goed hulpmiddel om vooruitgang te boeken is motivatie. Waarom wil je Engels leren? Waarom wil je je beter uit kunnen drukken in woord en geschift. Als je dit voor jezelf helder hebt, ben je veel gemotiveerder.

  1. Ga op zoek naar plekken waar je de taal kunt oefenen

Zoals ik al aangaf valt of staat de vooruitgang bij oefenen. Hierbij is interactie belangrijk. Hoe breng je je harde werk in de praktijk? Zoek een plek waar je de taal kunt oefenen.

  1. Denk in het Engels

Het maken van een zin in het Engels gaat op dit moment wellicht traag maar dit komt omdat je de zin eerst in het Nederlands bedenkt en hem vervolgens vertaalt  met alle problemen van dien. De onzekerheid en traagheid voorkom je door in het Engels te gaan denken.

  1. Lees het nieuws op bbc.co.uk

Lees voor de verandering eens het nieuws op BBC online, of naast het nieuws in het Nederlands zodat de hoofdlijnen al bekend zijn. 

  1. youtube.com

Op youtube is een schat aan informatie te vinden. Visuele uitleg over een grammatica onderwerp of hoe je je uitspraak verbetert bijvoorbeeld. 

  1. Voeg deze online woordenboeken toe aan je favorieten

www.dictionary.cambridge.com

www.thesaurus.com

www.wordhippo.com

  1. Luister naar Engelse programma’s zoals TED.com

Hier vind je uiteenlopende verhalen van mensen die wat te vertellen hebben.   

  1. Bekijk Engelstalige films of series zonder ondertiteling

We kijken ongelooflijk veel tv-programma’s, films of series in het Engels. Probeer deze eens zonder ondertiteling te kijken of met 888 (Engelse ondertiteling) 

  1. Abonneer je op engvid.com

Dit zijn online video’s van native speakers die elke keer weer een nuttig onderwerp aansnijden in het proces van het verbeteren van de Engelse taal. 

  1. Download een artikel / een songtekst / een gedicht of een recept

Gebruik je hobby’s en interesses in je online zoektocht naar manieren om je Engels te verbeteren. Noteer alle woorden die je niet kent in je woordenboek. 

  1. Oefen je uitspraak

Buffi Duberman heeft geweldige video’s gemaakt over oa uitspraak van de th klank Buffi Duberman over th klank

  1. Gebruik werkwoordstijden strategisch

Positief nieuws =  present simple / Slecht nieuws =  present continuous

“We have problems with our website” is niet de boodschap die je klanten gerust zal stellen. “We are having problems with our website” daarentegen wel. Dit geeft aan dat de problemen van tijdelijke aard zijn.

  1. Weet het verschil tussen de past simple en present perfect

Het gebruik van de verleden tijd en de voltooide tijd is net anders in het Engels.  De past simple wordt gebruikt voor afgeronde situaties “I worked for KLM for almost 10 years”.

Als een situatie nog steeds voortduurt zeggen we “I have worked as a teacher for 4 years”.   
Deel jouw unieke manier om je Engels te verbeteren. Laat een reactie achter en help elkaar.

Volg deze tips en je zult zien dat je snel beter Engels gaat praten.

 

Geïnspireerd? Abonneer je gratis op Inspiration – Iedereen kan Engels leren, het tweewekelijkse eZine met makkelijk toepasbare tips.

Als bonus ontvang je het e-book “Engels voor Dyslecten”

Schrijf je hier in!

(meer…)

Lees verder

Hoe vergroot je je concentratie?

Hoe vergroot je concentratie

 

Concentratie is vaak een lastig punt. Het is zeker iets wat te trainen valt maar het is ook een wezenlijk onderdeel van het kind. Het ene kind kan zich langer concentreren dan het andere kind. Die verschillen zullen er altijd zijn.

Een richtlijn voor aandachtspanne is:

6 jaar = 10 minuten

10 jaar = 20 minuten

13 jaar = 30 minuten

Probeer altijd de oorzaak te achterhalen. Er is namelijk altijd een oorzaak voor concentratie problemen. Als dit duidelijk is kun je hier verder op borduren.

Heeft hij/zij de rust in zich om iets vol te houden of iets af te maken?

  • Lukt het (soms) wel als je met hem/haar samen bezig bent?
  • Zijn er momenten op de dag dat het wel lukt?
  • Zijn er bezigheden waarbij het wel lukt?
  • Is er een verband te leggen tussen die bezigheden? Of tussen de dagdelen?
  • Is het bijvoorbeeld altijd een de pauze? Of aan het eind van de dag?
  • Hoe gaan jullie thuis hiermee om?
  • Hoe gaan ze er op school mee om?

Houdt het volgende een tijdje bij; wanneer lukt het wel (tijdsduur activiteit, moment van de dag en soort activiteit) en wanneer het niet lukt? (ook weer met soort activiteit en moment van de dag)

Dit zal inzicht geven en de basis vormen voor de aanpak.

Bekijk ook eens de plek in de klas. Een plek in de klas is mede bepalend voor de hoeveelheid prikkels die een kind krijgt te verwerken gedurende de schooldag.

Verder valt er ook te denken aan hulpmiddelen en een study buddy. Deze hulpmiddelen zijn bewezen middelen in het verminderen van het aantal prikkels.

Het is namelijk belangrijk om rustmomenten te creëren thuis en op school. Het kind moet aanleren om even de wereld buiten te sluiten en een prikkel-vrij moment te hebben.

Maak gebruik van beweging, buitenspelen, stress balletjes, opdrachten geven om even ergens iets te gaan halen om daarna weer te kunnen focussen. Zie het als een spier die je net als alle andere spieren moeten trainen.

Mindfulness is bijvoorbeeld ook een manier om rust en ruimte in het hoofd te krijgen. In de bibliotheek zijn er verschillende boeken te vinden over mindfulness voor kinderen. Hierin staan allerlei oefeningen die helpen om de concentratie te verhogen.

 

 

 

(meer…)

Lees verder
Sluit Menu