Zorg voor de juiste mindset

LAAT HET NIET TE VER KOMEN! Het is belangrijk om het niet zo ver te laten dat er sprake is van faalangst. De vorige keer heb ik het hier ook al over gehad. https://engelsvoordyslecten.nl/spanning-is-gezond-angst-niet/ Het begeleiden van leerlingen met faalangst is niet eenvoudig en dus is het zaak dat we dit in een vroeg stadium onderscheppen. Het bereiken van het punt van faalangst was er niet in een dag dus het oplossen gaat ook niet in een dag helaas. Het zal een hobbelige weg zijn met veel vallen en opstaan – soms heb je het gevoel dat ze eerder achteruit gaan als vooruit. Zoals ik al eerder aangaf is zelfvertrouwen en een gevoel van veiligheid op dit gebied onmetelijk belangrijk. Een goed klasklimaat en een goede samenwerking met de docent zijn onmisbaar. Maak…

Lees verder

Zo wordt leren a piece of cake

Voor de meeste leerlingen is het schooljaar weer begonnen. Een groot gedeelte zal de overstap maken naar de middelbare school. Daar zullen ze aan heel veel nieuwe dingen moeten gaan wennen; verschillende lokalen, verschillende docenten, agendabeheer, veel huiswerk, volle boekentas, niet meer de grootste zijn op school 😊. Het is dan erg fijn als je de vaardigheden in huis hebt om gestructureerd te werk te kunnen gaan en goede resultaten behaalt. Voor andere leerlingen kan het goed zijn om deze vaardigheden aan te leren om dit schooljaar beter voorbereid te zijn en meer het gevoel te hebben dat jij de controle hebt over zaken in plaats van steeds het gevoel te hebben achter de feiten aan te lopen. Wie wil er nu niet effectief leren? Zo wordt leren a piece of cake! GOEDE…

Lees verder

Hoe breng je je Engels naar een hoger niveau?

Hoe breng je je Engels naar een hoger niveau?

1.Hoeveel woorden moet ik kennen?

Om jezelf goed verstaanbaar te maken, je ideeën over te kunnen brengen en op jouw beurt een native speaker goed te kunnen volgen is een goede woordenschat essentieel. Uit hoeveel woorden bestaat de woordenschat van een native speaker eigenlijk?

Je moet dan onderscheid maken in de actieve woordenschat en de passieve woordenschat. De actieve woordenschat van een gemiddeld persoon ligt tussen de 13.000-20.000 afhankelijk van het opleidingsniveau. Dit zijn woorden die zo kunnen worden toegepast uit het geheugen. De passieve woordenschat bestaat uit 40.000 woorden, we hebben het dan over woorden die herkend worden maar niet zelf gebruikt worden.

Het moet niet jouw doel worden om 20.000 woorden te gaan leren want een native Engels persoon heeft hier zo’n 20 jaar over gedaan. Bedenk je hierbij ook dat niet alle woorden even nuttig zijn om te weten.

Voor een gesprek over dagelijkse, algemene onderwerpen zijn 2000 veelgebruikte woorden al voldoende. Een eenvoudige tekst over een toegankelijk thema vereist tussen de 4000-5000 woorden. Maar als je meer complexere documenten, wetenschappelijke boeken of studieboeken wilt besturen heb je ongeveer 10.000 woorden nodig.

Het aantal vereiste woorden hangt dus af van het doel waarvoor je Engels wilt leren.

Je moet je ook realiseren dat een goede woordenschat slechts een onderdeel is van goed Engels. Vergeet daarnaast niet je vaardigheden te vergroten op het gebied van bijvoorbeeld grammatica, uitspraak en intonatie.

2. Taalvaardigheid – Word families

Om je kennis van Engels te vergroten moet je gebruik kunnen maken van de verschillende vormen uit een woord familie. In een artikel heb ik uitgelegd dat het gebruik van synoniemen en antoniemen een manier is om je taalvaardigheid te tonen. Nu laat ik zien dat je de varianten van een woord familie ook kan gebruiken met hetzelfde doel. Kijk eens naar compete – competition – competitive. He is a competitive person. He competes in a competition.

Taalvaardigheid – Prefixes en Suffixes

De kennis van prefixes en suffixes (oftewel voor- en achtervoegsels) is een derde manier om Engels te gebruiken op een gevorderd niveau. Prefixes zijn lettergrepen aan het begin van een woord die een nieuw woord creëren. Vb. irregular, disagree. Suffixen zijn lettergrepen aan het eind van een woord. Vb. persuasion, acknowledgement. Kennis van voor- en achtervoegsels kan je ook helpen in het ontcijferen van onbekende woorden. Grijp niet gelijk naar een woordenboek maar probeer de betekenis te herleiden aan de hand van delen uit het woord dat je al wel weet.

3. Informeel – Formeel

Bij het leren van woorden moet je je bewust zijn van het verschil tussen informele woorden en formele woorden. Je kunt zo alsnog de plank volledig misslaan als je een woord in de verkeerde context gebruikt. Leer daarom woorden altijd in een hele zin zodat je ze niet alleen makkelijker onthoudt maar je ook altijd het goede woord in de correcte situatie gebruikt.

4. Present Continuous vs Present Simple

Het verschil tussen de Present Continuous en de Present Simple is kort gezegd het verschil tussen tijdelijk en permanent. Als helpdesk medewerker is het dus niet handig om te zeggen “We have problems with our website” want dan zeg je dat dit een permanente situatie is waar niets aan te doen is. Terwijl “We are experiencing problems with our website” aangeeft dat het een situatie is van tijdelijke aard waar aan gewerkt wordt.

5. Past Simple vs Present Perfect

Dit onderscheid is vooral voor Nederlandse studenten erg lastig omdat het zo anders gebruikt wordt in de moedertaal. De Past Simple in het Engels geeft aan dat het gegeven afgerond en afgesloten is. Vb. I lived in Johannesburg 15 years ago. Terwijl de Present Perfect aangeeft dat iets nog bezig is of een effect heeft op het heden. Het wordt vaak gebruikt voor opgedane vaardigheden of ervaringen. Vb. I have lived in Johannesburg.


(meer…)

Lees verder

Train je geheugen en wordt een ster in onthouden

Geheugen

 

Waarom onthoudt de een hele lappen tekst en heb jij al last met een paar boodschappen. Is het onthouden van veel informatie puur een kwestie van aanleg of kun je je geheugen ook trainen? We kunnen hier kort over zijn. Het is aan te leren. Het is niet zomaar een trucje maar een techniek die al lang gebruikt word en keer op keer bewezen is in psychologisch onderzoek.

Een eeuwenoud geheugensysteem

Deze methode heet de LOCI route. Dit is een eeuwenoud geheugensysteem die al werd gebruikt door de Romeinen en de oude Grieken. Ze onthielden middels deze manier hele theaterstukken, poëzie of literatuur die ze avond-aan-avond voordroegen aan een groot publiek. Het is een effectief systeem als je heel veel informatie moet onthouden voor bijvoorbeeld een presentatie of een examen. Ideaal dus als je rijtjes met jaartallen en/of begrippen moet leren. Nu snap je waarschijnlijk ook hoe toneelspelers of acteurs al hun tekst kunnen onthouden.

LOCI is Latijn voor plaatsen; je gaat de informatie dus plakken aan plaatsen.

Een goede geheugentechniek moet aan de volgende principes voldoen.
  • Hoe beter je het gegeven kunt visualiseren hoe beter
  • Wees creatief, overdreven en belachelijk. Hoe absurder, hoe beter
  • Bewegingen maken de beelden herkenbaar en beter te onthouden
  • Hetzelfde geldt voor kleur. Het maakt het geheel levendiger en eenvoudiger.
  • Benader het positief. Fijne gedachten blijven hangen. Negatieve gedachten verdringen we.
  • Symbolen werken goed. Daarom werken deze ook goed in mindmaps.

Laten we als voorbeeld een boodschappenlijst nemen.

Boodschappenlijst:
  • Toiletpapier
  • Wortels
  • Cola
  • Gehakt
  • Melk
  • Ontbijtkoek
  • Kipfilets
  • Aardappelen
  • Bloem
  • Vloeibare boter
Hoe werkt het?
  1. Bedenk een route die je vaak loopt. Dit kan een route zijn door het huis of de route naar school.
  2. Bedenk vaste punten op deze route. De route door het huis kan punten bevatten als voordeur, kapstok, tussendoor, bank, salontafel, televisie, staande lamp en servieskast. De route naar school zijn dit de punten onderweg zoals, fietspad, lantarenpaal, stopbord, fietstunnel, rotonde, politiebureau en supermarkt.
  3. Zorg ervoor dat je evenveel herkenningspunten hebt als te onthouden punten.
  4. Loop de route in je gedachten nogmaals en koppel nu de herkenningspunten aan de te onthouden feiten. Natuurlijk in de goede volgorde. Je onthoudt het beter als je absurde links maakt. Hoe absurder en kleurrijker, hoe makkelijker je de zaken onthoudt. Wees creatief en laat je fantasie de vrije loop.

Je stapt op je paarse fiets en ziet dat er een sliert groen toiletpapier aan je fiets hangt. Langs het fietspad liggen massa’s oranje worteltjes. De fietstunnel stroomt vol cola en en drijven gehaktballen in. Bij de rotonde staat een fontein waar melk uit sproeit en er varen ontbijtkoek boten in. Bij de zebra steken kipfiletjes over met aardappel hoedjes. Om de hoek, vlakbij de winkel kom je terecht in een storm van bloem en begint het vloeibare boter te regenen.

Voordelen:
  • Het maakt het leren makkelijker
  • Je visuele voorkeur leerstrategie wordt toegepast
  • De chronologische volgorde van jaartallen volgen de route van je fietstocht
  • Je linkerhersenhelft houdt van de structuur
  • Je rechterhersenhelft wordt blij van de beelden en de kleuren
  • De samenwerking tussen je beide hersenhelften zorgen voor de optimale werking van je geheugen
Toepassing:

Deze techniek om je geheugen te trainen is te gebruiken voor alle vakken op school namelijk voor de volgorde en structuur van je boekbespreking of spreekbeurt of voor een ander soort presentatie.

Maar ook de jaartallen van geschiedenis, de begrippen van filosofie, de formules van scheikunde of natuurkunde.

Als je er ervaring mee krijgt, zie je onbeperkte mogelijkheden. Je kunt voor meerdere vakken meerdere routes aanleggen.

Je kunt behalve een route ook een verhaal schrijven. Hoe raarder, hoe meer meer details hoe beter jij je stof onthoudt. Leef je uit!

(meer…)

Lees verder

Zo houd je je hoofd koel tijdens je examen!

Schrijf je hier in!Hoe houdt je je hoofd koel tijdens het examen

Het is heel normaal om je gespannen te voelen voor een examen. Dat houd je scherp. Maar wat te doen als je gepieker negatieve invloed gaat uitoefenen op je prestaties. Gedachtes als “Het lukt me toch niet”, “Ik haal toch nooit genoeg studiepunten”, of “Help, ik weet niets meer!” zijn enkel ondermijnende gedachten die je aandacht weghalen bij het examen. Hoe houdt je je hoofd koel?
De kracht van de gedachten

Stop met piekeren! Gedachten zijn een krachtig middel in het creëren van een werkelijkheid. Denk jij maar vaak genoeg dat je iets kunt, dan is de kan groot dat het je ook gaat lukken. Jezelf dingen gaan verwijten of aan je uitslag twijfelen mag best na het examen maar heeft geen enkele zin tijdens het examen. Schrijf ze in je hoofd op een papiertje en gooi het vervolgens weg. Breng je aandacht vervolgens weer terug naar het examen.

Trek je eigen plan

Laat je niet van de wijs brengen door de negatieve gevoelens die bij veel anderen heersen zo vlak voor het examen. Negeer ze of vraag degene ermee op te houden. Niemand heeft wat aan de opmerkingen: “Ik ben zo zenuwachtig, ben jij ook zo zenuwachtig?”. “Ik heb gehoord dat het heel moeilijk is”. “Meestal zakt de helft op dit onderdeel”. Bouw zelfvertrouwen op waar je op deze momenten op terug kunt vallen. “Ik heb me goed voorbereid”. “Ik heb een degelijke examenstrategie”. “Ik kan dit”.

Weet hoe het examen eruit ziet

Als je weet wat je kunt verwachten, kun je jezelf beter voorbereiden en dit geeft je zelfvertrouwen weer een boost. Als je weet hoeveel onderdelen er zijn, kun je in een inschatting maken hoe lang je met elk onderdeel bezig kunt zijn. Zo verdeel je je tijd en voorkom je dat je je gaat haasten en hierdoor fouten gaat maken.

Maak gebruik van een hulpplan

Schrijf slogans op een kaartje die jou gaan helpen om je aandacht erbij te houden of je terug te brengen tijdens een paniek moment. Laat deze eventueel zien aan de surveillant in de examenzaal en lag deze voor je neer op tafel.

  • Ik heb mij goed voorbereid
  • Lees de vraag goed
  • Ik heb hoef niet alles te weten
  • Ik neem mijn tijd om rustig na te denken
  • Ik sla de vraag over die ik (nu even) niet weet
Maak gebruik van een vaste examenroutine

Met een vaste routine sta je jezelf toe om de vragen aandachtig door te lezen en je bent vervolgens in staat om zorgvuldig tot een volledig antwoord te komen. Angst kan je ertoe verleiden om het geheel af te gaan raffelen. Geef hier niet aan toe. Merk je dat in paniek raakt omdat je het antwoord niet weet, sla dat gedeelte over en steek je energie in de volgende vragen. Aan het eind keer je dan terug naar de vragen die niet wist.

De tactiek bij multiple choice

Stappenplan voor het benaderen van multiple choice vragen.

  1. Beantwoord eerst de vragen waar je zo een antwoord op hebt
  2. Vervolgens ga je naar de moeilijkere vragen.
  3. Neem je tijd om goed op aanwijzingen in de antwoorden te kijken. Welk antwoord past beste bij de vraag.
  4. Er zijn er bij 4 antwoorden meestal gelijk 2 die je kunt afstrepen. Dan moet je bij de twee overgebleven goed letten op de details
  5. Zorg ervoor dat je uiteindelijk alle vragen hebt beantwoord. Zelfs bij twijfel omcirkel je een antwoord. Wie weet is hij goed.

Pas op met het verbeteren van antwoorden. Je eerste ingeving is vaak de goede. Verbeter alleen als je 100% overtuigd bent van een fout. Verbeter nooit uit zenuwen of twijfel!

Geef jezelf de tijd om rustig over een antwoord na te denken. Want een antwoord niet a la minute weten betekent alleen dat je even moet graven.

Succes!


(meer…)

Lees verder

Examens – zo begin je er goed aan!

Vrij van examenstress

Relaxthee, peptalks, klavertjes vier zoeken, bergen chips en chocolade …. De examens komen er weer aan….. (of is dit een standaard weekend voor jou?) Zie je angsten onder ogen en bedenk wat je angsten precies zijn. Wellicht heb je last van twijfels – twijfels over jezelf of twijfels of het je gaat lukken. Wellicht hebt je last van stress. Spanning hoeft niet slecht te zijn. Het maakt ons scherper en dat is juist goed. De meeste garantie op succes heb je met een gedegen voorbereiding en een uitgedachte examentactiek.

Het examen is bedoeld om te testen of de stof van de afgelopen jaren goed beheerd. Je moet laten zien dat je minstens de helft van al de stof kent + 10%. Zo klinkt het best haalbaar.

Affirmatie – de kracht van je gedachten

Hoe zie jij jezelf? Hoe zie jij de wereld? Is het glas vaker half vol of half leeg? De manier waarop jij tegen jezelf en je vermogens aankijkt heeft invloed op je gedachten. Als je een slecht zelfbeeld hebt en er gebeurt iets slechts dan blijf je hangen in dit mindere zelfbeeld. Om je zelfvertrouwen te vergroten is een beter zelfbeeld cruciaal. Een affirmatie kan dan helpen, dit is een positief zinnetje dat je regelmatig tegen jezelf kunt zeggen. Het doel hiervan is om je geloof in jezelf te vergroten. Je onderbewustzijn luistert namelijk naar woorden en niet naar feitelijke waarheden. Het gelooft dus wat jij tegen jezelf zegt, zijn dit negatieve woorden dan worden deze voor waarheid aangenomen. Als je vaak tegen jezelf zegt dat je iets toch niet kunt, dan ga je daar vanzelf in geloven. Dit werkt ook andersom. Iemand met veel zelfvertrouwen, gelooft in zichzelf en neemt dit dus voor waarheid aan. Je moet wel realistisch blijven, want het zijn geen toverspreuken. Gebruik positieve woorden en vermijd het woord NIET.

Bereid je goed voor

Begin op tijd met leren. Als je weet hoe lang jouw ideale leerblok is en wat je leert in die tijd, kun je plannen hoeveel leerblokken (dus hoeveel tijd) je nodig hebt om je de stof voor het examen eigen te maken. Maak een duidelijke examenplanner. Het overzicht zal je de broodnodige rust brengen. Angstig makende gedachten kunnen je ervan weerhouden om op tijd te beginnen, maar stel het niet uit tot het allerlaatst. Je mogelijke angsten kunnen er ook voor zorgen dat je inzet vermindert want het gaat je toch lukken dus waarom zou je al die inspanning leveren. Een optimale voorbereiding levert je zelfvertrouwen en rust.  Plan ook je herhaaltijd in en houdt rekening met wat extra blokken voor onvoorziene gebeurtenissen. Maak je doelen SMART. Zorg ervoor dat je hoofd- en bijzaken van elkaar scheidt.

Studeer actief

Als je je bedenkt dat je 90% onthoudt van wat je ziet, zegt en doet moet je op verschillende manieren bezig zijn met de lesstof. Maak gebruik van mindmaps om samenvattingen te maken. Hierin kun je gebruik maken van kleuren, symbolen en beelden. Onderwerpen die je kunt visualiseren, horen, proeven, ruiken of voelen onthoud je makkelijker. Wees kritisch naar jezelf en test jezelf aan de hand van oude tentamens of beschikbaar gestelde proefexamens. Zo heb je nog tijd om aan je zwakke plekken te werken. Studenten die succesvol zijn op examens weten wat er van ze verwacht wordt en weten wat er getest wordt. Informeer hierover bij docenten of let erop in oude tentamens of proefexamens.
Er is een tijd voor studeren en een tijd voor ontspanning
Er moet een goede balans zijn tussen studeren en vrije tijd om gemotiveerd te blijven. Plan de ontspanningsmomenten in je examenplanner. Gun jezelf deze rust in deze drukke, spannende tijd.


(meer…)

Lees verder

Beelddenken; wat is dat nu eigenlijk?

Beelddenken - Getting Ahead

Beelddenken is een gave: een creatieve, drie-dimensionele manier van denken. Helaas kan deze manier van denken wel problemen opleveren met taal (dyslexie), rekenen, zelfvertrouwen, planning en organisatie.

Je kunt dit simpele testje doen om te kijken of je een voorkeur voor beelden of woorden hebt. Denk maar eens aan het woord stoel. Wat zie je?

Zie je de letters S-T-O-E-L of zie je een plaatje van een stoel?

Als je een plaatje ziet ben je waarschijnlijk een beelddenker en gaat je voorkeur uit naar visuele informatieverwerking.

taaldenker vs beelddenker
taaldenker vs beelddenker

Een aantal voorbeelden uit het dagelijks leven van een beelddenker zijn;

  • geen tijdsbesef
  • concentratieproblemen ivm korte aandachtspanne
  • wisselend prestatiepatroon
  • veel fantasie (soms op het leugenachtige af), vindingrijkheid en originaliteit
  • faalangst
  • overdreven gevoel van rechtvaardigheid
  • zeer veel empathie
  • impulsief
  • moeite met het verwoorden van gevoelens en/of emoties
  • doorzettingsvermogen
  • onverwacht heldere inzichten
  • moeite om zaken te ordenen / systematisch aan te pakken
  • De gedachten vervangen de taal. Taal komt pas aan de orde nadat het beeld bekeken en begrepen is.
Wat ziet een beelddenker?

Hij ziet meer dan er geschreven of gezegd is. Hij voelt, ruikt, ziet en interpreteert. Het verhaal wordt emotioneel gekleurd.

Het hele leven van een beelddenker staat in het teken van deze bijzondere eigenschap. Het zelfbeeld en de perceptie van de wereld worden bepaald door hoe alles om hen heen ervaren wordt.

Wanneer je een beelddenker iets verteld, ziet deze de gebeurtenis als een film voor zich. De zintuigen horen, zien, voelen worden tegelijk ervaren. Het gevoel speelt een belangrijke rol. Ervaringen zijn gekleurd met emotie, geuren en kleuren.

Hoe luistert een beelddenker?

Visueel zijn ze sterk maar auditief niet vandaar dat het vaak lijkt alsof ze niet luisteren. Er is een vertraging in de reactie op aanwijzingen en opdrachten.  Ze hebben moeite met het verwerken van informatie die mondeling wordt aangeboden. Het geeft problemen met het onthouden van de instructies als ze niet bij lange instructies de draad niet al lang kwijt geraakt zijn.

Hoe denkt een beelddenker?

Ze zien makkelijk de grote lijnen. Ze zien 32 beelden per seconde dus het denken in beelden gaat minimaal 15x sneller dan denken in woorden (2 woorden per seconde). Hun gedachten gaan sneller dan hun woorden kunnen bijhouden. Ze praten veel met de handen en struikelen vaak over hun woorden. Hun woordenschat en gedachtegang is origineel. Maar ze nemen gemaakte opmerkingen vaak letterlijk en dit kan tot miscommunicatie leiden. Zaken worden ook persoonlijk aangetrokken en ze hebben moeite om hier afstand van te nemen. Details worden pas waar genomen als het totaal plaatje gezien is wat op school problemen oplevert omdat de lesstof stap voor stap wordt aangeboden.

Hoe ontstaat het?

Iedereen wordt geboren met een dominante rechter hersenhelft, makkelijk te verklaren aangezien de taalontwikkeling en het beredeneren pas op latere leeftijd komt. Baby’s maken geen gebruik van taal. Zij lezen lichaamstaal. Door het bewegen van armen en benen verkennen ze de ruimte om zich heen. Met klanken (huilen) maken zij duidelijk dat ze iets willen. Alles is gericht op het vervullen van een behoefte: primair denkproces. Dan leert een kind praten, taal gaat overheersen en kinderen gaan de wereld ‘beredeneren’. Rond het derde/vierde jaar gaat een kind in woorden denken: secundair denkproces.

Een goed voorbeeld: een baby heeft honger. Hij gaat huilen, krijsen en met zijn armen en benen zwaaien om de aandacht van zijn moeder te krijgen
= PRIMAIR DENKPROCES

De baby zal niet beredeneren dat zijn moeder aan het stofzuigen is, en dat hij dus even moet wachten = SECONDAIR DENKPROCES

Een kleine groep kinderen maakt deze overstap niet. Zo’n 5% blijft in beelden denken (primair denkproces). De rechter hersenhelft blijft dominant. De linker hersenhelft kan een achterstand gaan vertonen. Dit hoeft echter niet. Hoogbegaafde mensen bijvoorbeeld denken in beelden en zijn ook goed in taal en rekenen. Hun linker- en rechter hersenhelft zijn even sterk. Als de linker hersenhelft wel minder wordt ontwikkeld, kan dit leerproblemen veroorzaken.  Het onderwijs sluit namelijk niet aan bij alle denkwijzen. Logisch, want de meerderheid van de mensen (±95%) leert auditief digitaal (via het gehoor). Slechts een kleine groep (5%) leert visueel.

Linker hersenhelft                                       Rechter hersenhelft

  1. Secondair voorkeursdenken                      Primair voorkeursdenken
  2. Beredeneren                                               Beleven
  3. Informatie opbouwen                                Ritme
  4. Planning en organisatie                             Ruimtelijk inzicht
  5. Tijdsbesef                                                    Overzicht
  6. Details                                                          Verbeelding
  7. Woorden (taal)                                            Dagdromen
  8. Nummers (rekenen)                                   Kleur

Het (leren) omgaan met beelddenk kwaliteiten valt of staat bij de begeleiding. Het ordenen van de informatie is een probleem waar beelddenkers elke dag tegenaan lopen. Het vergt veel inlevingsvermogen van de leerkrachten in het onderwijs hoe hier mee om te gaan. Onbegrip over hun denkwijze werkt faalangst in de hand. Ze moeten juist leren vertrouwen op hun sterke kanten; hun oplossend vermogen bijvoorbeeld. Help ze met het ontwikkelen van strategieën om informatie opname te automatiseren. Een van de belangrijkste punten is inzicht krijgen is het waarom. Waarom moet iets geleerd worden? Wat is het grote plaatje?


(meer…)

Lees verder

Betere cijfers halen met minder studeren – 10 tips om dit te bereiken

Betere cijfers halen met minder studeren

Je wilt best presteren op school. Je snapt best dat een goed diploma betekent dat je uiteindelijk een goede baan kunt krijgen. Maar ja, je leeft nu en je wilt niet alleen maar bezig zijn met later. Hoe kun je betere cijfers halen en toch minder tijd kwijt zijn aan je huiswerk?

Je hebt juist dagen aan je studie besteed en toch haalde je slechte cijfers. Hoe haal je nu betere cijfers en houdt je ook nog tijd over om bijvoorbeeld te gaan sporten?

Volg deze 10 stappen naar betere studieresultaten met ook nog genoeg tijd voor hobby’s:

1. Vaste plek

De plek waar je studeert is erg belangrijk. Om zo effectief mogelijk bezig te zijn is een goede leerplek van groot belang. Zorg dat je altijd op dezelfde plek studeert, daar waar je je op je gemak voelt en alle spullen binnen handbereik zijn.

Op of naast je bureau heb je een stapel plastic bakjes waar ieder vak zijn eigen bak en of kleur heeft. Hier heb je alles bij elkaar voor dat betreffende vak.

Zorg dat er op je bureau voldoende ruimte is opengeslagen boeken en voor een aantekenblok. Zo heb je altijd genoeg ruimte om aan je huiswerk te weken.

Alle zaken die mogelijk voor afleiding kunnen zorgen moeten opgeborgen worden. Zet de televisie en radio uit. Leg je telefoon aan de kant en zet alle meldingen uit voor oproepen, berichten of social media. Zo kun je je volledig richten op je leerstof.

2. Leer samenvattingen maken met behulp van mindmaps

Maak een mindmap
Mindmaps maken zijn superhandig. Je zet de leerstof zelf om in een plaatje. Terwijl je dit doet ontstaat vanzelf overzicht waardoor je de stof beter en langer onthoudt.

Opletten in de les

Als je de les van de leraar opneemt in een aanteken mindmap heb je zeker de helft al geleerd. De rest vul je thuis aan met de stof uit het boek.

Onderstreep belangrijke dingen
Bij het lezen van een tekst is het slim om belangrijke dingen te markeren. Deze punten verwerk je dan in een mindmap, grafieken of een schema.

3. Ontdek je leerstijl

Er zijn vier verschillende manieren van leren: visueel (in beelden), auditief (op het gehoor), kinesthetisch (met het gevoel) en digitaal (met het verstand). We gebruiken ze allemaal maar iedereen heeft een voorkeur voor een van de vier. Als je weet wat jouw voorkeur is, kun je hier op in springen met je manier van leren.

4. Bepaal de lengte van je leerblok

Uren achter elkaar doorgaan heeft geen zin. Houdt eens twee weken lang bij na hoeveel minuten je gedachten wegzweven en je de onbedwingbare behoefte hebt om je telefoon te checken. Er zal een patroon zichtbaar worden en als je deze leerblokken afwisselt met een pauze zul je veel geconcentreerde bezig zijn.

 5. Maak een planning

Hou goed je agenda bij
Een goede planning begint bij het secuur invullen van je agenda. Schrijf alles gelijk op. Alles wat je niet hoeft te onthouden is plek voor nuttige informatie.

Begin op tijd
Maak een weekplanning van al je huiswerk. Als je precies weet wat je op welke dag moet doen kom je nooit meer in tijdnoot en ben je veel relaxter.

Wissel maak- en leerwerk af
Het is beter om de verschillende soorten huiswerk af te wisselen. Zou blijf je langer geconcentreerd.

Verdeel je huiswerk indien mogelijk over meerdere dagen. Het is veel effectiever én het blijft beter hangen.

Herhaal wat je moet doen
Hoe vaker je iets leest of hoort, hoe beter je het onthoudt. Je moet leerstof minstens 5x herhaalt hebben wil het opgeslagen worden in je lange termijngeheugen.

6. Leer van je fouten

Vraag altijd de opgaven in te zien van een toets of tentamen. De beste manier van vooruitgang is inzicht in wat er fout ging zodat je de volgende keer die fout niet weer maakt.

7. Verwen jezelf!

Waardering is de beste motivatie die er is. Wie kan je inspanningen beter waarderen dan jijzelf.

Stel jezelf een doel voor de dag, de week of het kwartaal en zet daar een beloning tegenover. Schrijf het op en hang je het op een plek waar je vaak naar kijkt.

8. Motivatie is het halve werk

“Saai!” Dat is waarschijnlijk niet beste benadering van het geheel.

Bedenk een positief aspect van studeren. Waar werk je naar toe?

Wil jij een goed cijfer op je rapport? Moet je slagen voor je examen?

Wil je studeren aan die te gekke universiteit maar vragen ze een bepaald eindcijfer?

Stap voor stap je doel bereiken is veel realistischer en motiveert veel meer.

9. Overdrijf niet!

30 minuten per dag per vak studeren is veel effectiever dan 2 uur eens per week. Je zult zien dat je de volgende dag met veel meer energie en enthousiasme er weer aan begint. Studeren is dan ineens best leuk omdat je niet tot het uiterste bent gegaan de vorige dag.

10. Leer snellezen

Snellezen is een vaardigheid die je aanleert waardoor je zonder begripsverlies sneller dan gemiddeld kunt lezen. Onze denksnelheid gaat vele malen sneller dan onze spreeksnelheid. Doordat je de snelheid omhoog gooit is er geen ruimte meer in je hersenen voor afdwalen. Alle energie gaat naar het lezen waardoor de concentratie omhoog gaat.

(meer…)

Lees verder

Hoe vergroot je je concentratie?

Hoe vergroot je concentratie

 

Concentratie is vaak een lastig punt. Het is zeker iets wat te trainen valt maar het is ook een wezenlijk onderdeel van het kind. Het ene kind kan zich langer concentreren dan het andere kind. Die verschillen zullen er altijd zijn.

Een richtlijn voor aandachtspanne is:

6 jaar = 10 minuten

10 jaar = 20 minuten

13 jaar = 30 minuten

Probeer altijd de oorzaak te achterhalen. Er is namelijk altijd een oorzaak voor concentratie problemen. Als dit duidelijk is kun je hier verder op borduren.

Heeft hij/zij de rust in zich om iets vol te houden of iets af te maken?

  • Lukt het (soms) wel als je met hem/haar samen bezig bent?
  • Zijn er momenten op de dag dat het wel lukt?
  • Zijn er bezigheden waarbij het wel lukt?
  • Is er een verband te leggen tussen die bezigheden? Of tussen de dagdelen?
  • Is het bijvoorbeeld altijd een de pauze? Of aan het eind van de dag?
  • Hoe gaan jullie thuis hiermee om?
  • Hoe gaan ze er op school mee om?

Houdt het volgende een tijdje bij; wanneer lukt het wel (tijdsduur activiteit, moment van de dag en soort activiteit) en wanneer het niet lukt? (ook weer met soort activiteit en moment van de dag)

Dit zal inzicht geven en de basis vormen voor de aanpak.

Bekijk ook eens de plek in de klas. Een plek in de klas is mede bepalend voor de hoeveelheid prikkels die een kind krijgt te verwerken gedurende de schooldag.

Verder valt er ook te denken aan hulpmiddelen en een study buddy. Deze hulpmiddelen zijn bewezen middelen in het verminderen van het aantal prikkels.

Het is namelijk belangrijk om rustmomenten te creëren thuis en op school. Het kind moet aanleren om even de wereld buiten te sluiten en een prikkel-vrij moment te hebben.

Maak gebruik van beweging, buitenspelen, stress balletjes, opdrachten geven om even ergens iets te gaan halen om daarna weer te kunnen focussen. Zie het als een spier die je net als alle andere spieren moeten trainen.

Mindfulness is bijvoorbeeld ook een manier om rust en ruimte in het hoofd te krijgen. In de bibliotheek zijn er verschillende boeken te vinden over mindfulness voor kinderen. Hierin staan allerlei oefeningen die helpen om de concentratie te verhogen.

 

 

 

(meer…)

Lees verder
Sluit Menu