Help! Hoe spel ik dat?

Wie kent het niet? Je leert allerlei nieuwe woorden maar die spelling is iedere keer weer een probleem. Of je twijfelt ineens over de spelling van een woord. Hoe spel ik dat ook al weer? Neem deze spellingregels door en je hoeft nooit meer te twijfelen over de spelling.

 

Spelling regel 1: Na korte klinker, verdubbel je de medeklinker

drop – dropped             admit – admitted

big – bigger                   hot – hotter

Korte klinker klanken                                   Lange klinker klanken

A         hat, back, sad, apple, fast                         A         lake, make, cake,                                                                                                 mail, table

E         bed, elephant, spell, red, best                 E          ear, eat, feel, real,                                                                                               meal

I          fish, finish, chips, it                                 I          ice, idea, five, island

O         dog, hot, stop, lost, shop                          O         open, old, boat,                                                                                                   snow, nose

U         umbrella, under, fun, up, tub                   U         music, tube, huge,                                                                                             cute, glue

We verdubbelen nooit de k, w, x, y, z

Spelling regel 2: Voeg -es toe aan woorden met -s klank

Woorden met [s], [ss], [sh], [ch], [x], [z]

kiss      à kisses          watch à watches               box     à boxes         dress   à dresses

Spelling regel 3: Verandert de y – i of niet?

De [y] wordt een i als er een medeklinker voor staat:   study – studies

De [y] blijft een y als er een klinker voorstaat:                key – keys

Spelling regel 4: Stomme [e]

We spreken de [e] niet uit aan het eind van een woord

little                             hate                           make                         late

joke                             take                            like                            pebble

Die [e] vervalt als er -ing achteraan komt

move – moving      race – racing        taste – tasting       chase – chasing

Spelling regel 5: ‘s bij bezit – enkelvoud –

Eindigend op [s]                                 Niet eindigend op [s]

actress – actress’s role                     bird – bird’s cage

Spelling regel 6: s’ bij bezit – meervoud –

Eindigend op [s]                                 Niet eindigend op [s]

friends – friends party                    children – children’s toys

Spelling regel 7: Hoofdletters

Bij namen van personen, merken, plaatsen of landen

Brisbane                                 I

Luke                                       Australia

Spelling regel 8: Volgorde ie – ei

[i] voor [e] behalve achter [c] 

believe                      relieve                        receipt

deceit                        ceiling                        ancient

Spelling regel 9: Prefixes

Voorvoegsels worden voor woorden geplaatst om nieuwe woorden te vormen

remove                     impossible                 preview                     misspell

reheat                       improper                    preheat                     misbehave

Spelling regel 10: Suffixes

Achtervoegsels worden aan het eind van woorden om nieuwe woorden te vormen

beautiful                    fearless                      acceptable              happiness                

colourful                  worthless                 capable                    kindness


(meer…)

Lees verder Help! Hoe spel ik dat?

Woordjes leren – hoe doe je dat?

Een taal leren doen we door een woordenschat op te bouwen. Aangezien we maar 10% van wat we lezen, onthouden, hebben we meer nodig dan lezen alleen. We zullen iets met die woorden moeten doen. 75% van wat we zelf doen onthouden we, dus op welke manieren kun je woordjes nu het best onthouden?

Woordjes leren - hoe doe je dat?
Woordjes leren – hoe doe je dat?
Hoeveel woorden kun je überhaupt op een dag leren? Het antwoord is maximaal 40 woorden (volgens gedane onderzoeken). Alleen is het wel zo dat als je 10 woorden leert, je ze 8x moet herhalen. Leer je 20 woordjes, dan moet je ze 30x herhalen. Zonde van je tijd dus. Had je ook wat leukers kunnen gaan doen…. Een van de belangrijkste dingen die je moet weten is, wat er precies van je verwacht wordt op een toets of een examen. De volgende vier vragen bepalen hoe goed jij een taal beheerst en op welke manier jouw kennis wordt getoetst.  Moet je de uitspraak kennen?  Moet je ze kunnen spellen?  Moet je ze een kant of twee kanten op kennen? (NL Eng / Eng NL)  Moet je ze in een zin kunnen gebruiken?  Maak woordkaartjes – geschreven of op de computer. Eventueel met een bijbehorend plaatje  Maak woordkaartjes in grote letters en in verschillende kleuren. Werkwoorden blauw, zelfstandige naamwoorden geel, bijvoeglijke naamwoorden paars, bijwoorden groen enz.  Leer woorden in woordgroepen. Groepeer ze naar wat jij handig vind.  Plaats ze in een context. Wanneer gebruik ik dit woord?  Maak er zinnen van. Een combinatie van woorden onthoud je beter dan losse woorden.  Waar doet het woord je aan denken? Maak er een voorstelling bij. Door deze verbintenis aan een ander woord, onthoud je het makkelijker. Neem het woord ‘tenant’. Dit woord betekent ‘huurder’. Het klinkt als tent en een tent kun je huren in te wonen  Soms lijkt het woord op een woord uit een andere taal dat je al kentSchrijf het met je vinger in de luchtVisualiseer het woord. Zie het voor je in grote, glinsterende, neon letters en probeer dit plaatje op te slaan  Schrijf de letters die fout gaan in een andere kleur en wellicht ook nog eens extra groot  Woorden die fout gaan op post-its schrijven en vervolgens op een handige plek in huis hangen  Spreek het woord hardop uit. Leer het woord in combinatie met de juiste uitspraak (maak gebruik van de uitspraakhulp in wrts; via ‘wrts extra’) Als jij tot de groep behoort die hun eigen handschrift moeilijk tot nauwelijks kan lezen adviseer ik om de kaartjes te typen en niet te schrijven.  Maak gebruik van mindmaps Je kunt er zelf een tekenen of online aanmaken met bijvoorbeeld: www.xmind.net MindmapMaak gebruik van online programma’s – https://quizlet.com/ – www.nubeterengels.nl – www.wozzol.nl Hier leer je Engels aan de hand van strips – www.woordenleren.nl Hier kun je zelfs een planning maken wanneer je welke woordjes geleerd moet hebben, wanneer je moet beginnen en bijhoudt of je de woorden kent – http://audivididici.nl/ Dit is een audiovisueel overhoorprogramma. Er wordt gebruik gemaakt van afbeeldingen, geluiden en muziek. Je spreekt dus meer zintuigen aan bij het leren van woordjes en zal ze daarom waarschijnlijk beter onthouden – www.wrts.nl. Een veelgebruikt online overhoorprogramma En als laatst wil ik jullie deze methode niet onthouden. De schoenendoosmethode bedacht door Rinie Hoeks. Hij werkt als volgt: De woordjes worden op kaartjes geschreven (getypt en geprint), aan de ene kant het Engelse woord, aan de andere kant de Nederlandse vertaling. De schoenendoos wordt verdeeld in 4 vakken, waarbij het eerste vak het kleinste, en het laatste vak het grootst is. De kaarten met de te leren woorden worden van het eerste naar het tweede vak verplaatst, zodra je ze kent. Blijkt bij de herhaling dat een woord vergeten is, dan gaat het terug naar voren, anders naar het derde vak. Na een tijdje (zelf in te delen) worden ook de woorden uit het derde vak herhaald. Woorden die bekend zijn gaan naar vak vier en woorden die niet onthouden zijn, gaan weer naar voren. De vocabulaire is eigen gemaakt als alle woorden in het vierde vak zitten.
(meer…)

Lees verder Woordjes leren – hoe doe je dat?