Hoe leer je het best?

  Houden we eigenlijk rekening met hoe een leerling het beste leert? Je zou zeggen dat als je weet hoe iemand het beste leert, veel problemen opgelost zouden zijn of in ieder geval minder groot. In een ideale wereld zou je namelijk niet constant het gevoel hebben dat je faalt. Nee, je zou precies weten hoe je informatie het beste tot je neemt, je zou hierop inspelen en vervolgens het beste uit jezelf halen. De leerkrachten zouden zich dan afvragen hoe het beste uit de leerlingen zouden kunnen halen. De wereld is namelijk niet standaard dus waarom de manier van leren wel? Dus hierbij de vraag: Hoe leer je het best?   Zoals jullie weten heb ik het al vaker gehad over de verschillende leerstijlen die er zijn. De leerlingen waar ik het…

Lees verder

Leren: gaat het niet linksom, dan maar rechtsom

Hoe leert de leerling? Als we weten op welke manier de leerling het beste leert, kunnen we hier op in spelen. Op deze manier kunnen we dan het maximale uit de leerling halen. De wereld is niet standaard waarom de manier van leren dan wel? Deze wetenschap is cruciaal voor het correct aanbieden van de leerstof en maakt een wereld van verschil in het opnemen van informatie.   Linda Silverman heeft hier bijvoorbeeld onderzoek naar gedaan en dit beschreven in haar boek Upside-Down Brilliance: The Visual-Spatial Learner (Nederlandse vertaling: Omgekeerd briljant: De visueel-ruimtelijke leerling). HUIDIG ONDERWIJS In het onderwijs staan we hier te weinig bij stil. We bieden de leerstof op één bepaalde manier aan. Een vorm van onderwijs die werkt voor de meerderheid van de leerlingen maar we maken het hierdoor voor…

Lees verder

Dyslexie; is het echt of slecht onderwijs?

bestaat dyslexie echtDe wereld is in de ban van het artikel in het AD waarin dyslexie hoogleraar Anna Bosman van de Radboud Universiteit in Nijmegen beweert dat “dyslexie het gevolg is van slecht onderwijs”. Sociale media staan vol met voor- en tegenstanders. Mensen die zich niet meer serieus genomen voelen doordat aan het bestaan van dyslexie wordt getwijfeld. Mensen die het eens zijn met de stelling en dus blij zijn met deze aandacht. Het bericht werd massaal gedeeld en er staat honderden reacties onder.  Er wordt zelfs aandacht aan besteed in het 8 uur journaal. Het is klaarblijkelijk een gevoelig onderwerp.

Een stelling om over na te denken

Het feit blijft dat het een stelling is om over na te denken. Aan de ene kant moet ik denken aan de opmerking die ik tegenkwam waarin stond “mijn dochter had moeite met lezen en spellen en omdat daar in een klas van gemiddeld 32 kinderen geen of weinig individuele aandacht voor was kwam er een dyslexie verklaring. Nu kan ze vergoede zorg krijgen buiten schooltijd.” Deze opmerking zou mensen al aan het denken moeten zetten. En dan de gedachte van Anna Bosman dat als er lees- spellingproblemen zijn, het probleem altijd gezocht wordt in het kind en niet in de lesmethode. Dit duidt volgens mij ook op de omgekeerde wereld.

we zijn goed in Labels plakken

Wij zijn er heel goed in om ieder kind in een bepaald doosje te stoppen. Als het kind er niet in past, ligt het aan het kind en niet aan het doosje. De achterliggende gedachte is dat als ik iets 20x uitleg aan een kind en deze snapt het niet, dan moet het aan het kind liggen. Maar wat nu als we de leerstof op een andere manier aanbieden en het wel werkt. Ligt het dan nog steeds aan het kind?

Hoe automatiseren we eigenlijk?

Er wordt beweert dat dyslexie een neurologische aandoening is, dat er meerdere onderzoeken naar zijn geweest en het dus bewezen is. Maar op 15 maart 2015 heeft neurowetenschapper Prof. Dr. Maximillian Riesenhuber verbonden aan het Georgetown Medical Centre in Washington D.C. een wetenschappelijk onderzoek gepresenteerd waarin hij stelt dat wij helemaal niet automatiseren op basis van spellingregels en klank- tekenkoppeling zoals altijd beweert wordt, maar op basis van het herkennen van woordbeelden en als gevolg daarvan het woord of de som automatiseren.

Stampen?

Dus als ik mevrouw Bosman hoor beweren dat we terug moeten naar het stampen, wil ik graag weten waarvan. Moeten we de spellingregels gaan stampen? Gaan wij als volwassenen de hele dag de spellingsregels langs om te checken of een woord goed geschreven is. Nee, wellicht gebruiken we de korte en de lange klank regel maar verder niet. We schrijven een woord op, kijken er naar en constateren dat het er wat apart uit ziet, brengen een verandering aan en vergelijken dit weer met het beeld dat we in ons hoofd van het woord hebben en bepalen dan dat het zo klopt.

Visueel inprenten

Dit is de gedachtegang waarmee Wim Bouman zijn Kernvisie methode is begonnen. Als we merken dat het gangbare herhalingsprincipe van de schoolmethode niet werkt, laat dan het woordbeeld of de som visueel inprenten en je zult merken dat het automatiseren wel lukt. Er is nu nl een plaatje in het hoofd van het woord en er hoeft niet langer getwijfeld te worden over het wel of niet goed toepassen van de spellingregel.

Verschillende leerstijlen

Ik ben het dan ook met Wim Bouman eens wanneer hij stelt, dat de problemen niets  te maken heeft met slecht onderwijs, maar met de manier waarop dat onderwijs wordt aangeboden. We moeten ons beseffen dat er 4 leerstijlen zijn op basis waarvan we leren en dat de leerstof hierop moet aansluiten. Als we merken dat een leerling stof niet oppakt kunnen we de lesstof ook op een andere manier aanbieden, in plaats er een label op te plakken.


(meer…)

Lees verder

Waarom is Engels leren zo moeilijk?

Waarom is Engels moeilijk

Dyslecten hebben moeite met de fonologische verwerking van taal. Dit betekent dat er een verminderd bewustzijn van de klankstructuur is. In de praktijk houdt dit in dat er moeite is met het om kunnen zetten van letters in een klank en klanken in een letter. Hier kun je lezen waarom Engels dan zo moeilijk is. Wat zijn de specifieke problemen bij het leren van Engels.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Moeite met het verdelen van woorden in klanken
  • Moeite met het samenstellen van woorden uit losse klanken
Specifieke problemen bij het leren van Engels

Als we dan gaan kijken naar het leren van Engels zien we een aantal specifieke problemen.

Er is geen of beperkte kennis van de uitspraak

  • Er is moeite met spellen. Doordat er weinig inzicht is in de woordopbouw is er meestal grote moeite om woordbetekenissen te herleiden.
  • Er is moeite met het onthouden van de te leren woordjes.
  • Er is onvoldoende resultaat van intensief oefenen.

Dit zie je ook terug in de overige vaardigheden (spreken, luisteren, begrijpend lezen en schrijven).

Maar het grootste struikelblok is het aanleren van de nieuwe klank- en tekenkoppelingen. Het Engels is niet transparant zoals het Spaans en Italiaans.

Het alfabet bestaat gewoon uit 26 letters maar hiermee maken we 44 klanken. In Engeland wordt er aandacht aan besteed maar in Nederland is hier nauwelijks aandacht. Dit inzicht hebben dyslecten juist zo hard nodig.

Als we hier wat dieper op ingaan zien we bijvoorbeeld dat iedere taal zijn eigen klanken heeft. Duits ligt bijvoorbeeld dicht bij het Nederlands. Maar in het Engels krijgen we te maken met klanken die wij in het Nederlands niet kennen zoals “th” van “the” en de “sh” van “ship”.

Het Engels is ook nog eens de minst klankzuivere taal die er is. Spaans is wat dat betreft veel makkelijker; je schrijft wat je hoort.

Dit in ogenschouw nemend is het erg jammer dat er in Nederland geen aandacht wordt besteed aan spelling- en uitspraak onderwijs. Zeker als je bedenkt dat een goede uitspraak in veel gevallen leidt tot een correcte spelling.

Op Engelse scholen wordt er vanaf het 3de jaar uitgebreid aandacht aan besteed maar op Nederlandse scholen worden kinderen wat dat betreft in het diepe gegooid. Hij wordt geacht zelfstandig woordjes te leren en zelf een systeem te  ontdekken in voor hem onbekende klanktekenkoppelingen.

Eigenlijk is ieder kind gebaat bij overzicht maar voor dyslectische kinderen is het cruciaal.  Iedere leerling zou daarom baat hebben bij een uitgebreider uitspraak- en spellingonderwijs. Het is daarom belangrijk om inzicht te hebben in het systeem. Hoe werkt het nu precies?

Het Engels klanksysteem

Hoeveel klinkers zijn er? 5! Klopt. a,e,i,o,u

Maar hoeveel klinkerklanken zijn er? 20! We kunnen de klinkerklanken onderverdelen in korte klinkers, lange klinkers en tweeklanken.

Korte klinkers

Hier zijn wat voorbeelden van korte klinkers:

fish, cat, clock, umbrella, computer, egg and up

Lange klinkers

Dit zijn lange klinkers:  tree, car, horse, boot, bird

Tweeklanken

Als laatste hebben we de tweeklanken: train, bike, owl, boy, ear, chair, tourist

Stemhebbende medeklinkers

Daarnaast zijn er 24 medeklinkers. Die kunnen we onderverdelen in stemhebbend en stemloos. Bij stemhebbende medeklinkers trillen de stembanden mee en bij stemloze medeklinkers niet.

Kijk maar eens naar het verschil tussen de “p” en de “b”. Wie hoort het verschil tussen  deze woorden? pet, bed en tussen de “d” en de “t” – bad, bat

En het verschil tussen de “v” en de “f”. Hoe spreek ik deze woorden uit? very, ferry

Als je dit verschil nooit uitgelegd hebt gekregen vraagt je zoon, dochter, leerling zich waarschijnlijk af waarom jij het over een “vleermuis” hebt terwijl je “slecht” bedoelt.

Dit zijn nog wat voorbeelden van stemhebbende medeklinkers: bag, dog, girl, jazz, leg, monkey, nose, singer, right, television, mother, vase, witch, yacht, zebra

Stemloze medeklinkers

Als laatste hebben we hier voorbeelden van stemloze medeklinkers: parrot, key, flower, T-shirt, snake, shower, thumb, chess, house

Spelling vs uitspraak

Hoewel het belangrijk is dat er inzicht is in de uitspraak omdat deze samenhangt met sommige spellingen zijn er ook veel verschillen tussen spelling en uitspraak. Dit maakt het Engels ook zo moeilijk.

Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van eenzelfde letter maar met verschillende klanken:

Voorbeelden: dough, enough, through, bought, cough

Spelling vs uitspraak

Of woorden die dezelfde klank delen maar geschreven worden met verschillende letters.

Voorbeelden:

day, great, name, eight

two, blue, loo, fruit, news, Europe

milk, busy, biscuit, minute, wait

Spelling vs uitspraak

Er zijn ook veel meer uitzonderingen (veel meer weet-woorden). Woorden die je moet inprenten/uit je hoofd moet leren

Voorbeelden:

laugh, rich, much, such


(meer…)

Lees verder

Ik kan het wel! – Voorkom faalangst

ik-kan-het-wel-voorkom-faalangst-foto

Al het werk dat er geleverd wordt kost meer werk dan gemiddeld. Als deze extra inspanning dan niet het gewenste resultaat oplevert, kan dat een deuk opleveren in het zelfvertrouwen, wat kan leiden tot onzekerheid en in het ergste geval tot faalangst.

Een dyslectische leerling op de middelbare school komt voor veel uitdagingen te staan. Dyslectische kinderen worden soms bestempeld als ongemotiveerd, lui of zelfs dom.  Het tegendeel is over het algemeen waar. Hier ligt een belangrijke taak voor ouders maar ook voor school. Leer de leerlingen omgaan met teleurstellingen en erken hun harde werk. Een constante confrontatie met tekortkomingen kan leiden tot ernstige twijfel aan competenties en wellicht tot faalangst. Het is nodig dat hier correct mee omgegaan wordt. Besteed aandacht aan de vaardigheden die goed gaan zodat er ook duidelijk wordt waar de kwaliteiten liggen.

Het is nu eenmaal zo dat je om vooruitgang te boeken moet oefenen en voor sommigen is dat heel veel oefenen. Oefen je op de juiste manier, dan is de kans groter dat je het juiste effect bereikt. Edison sprak ooit de legendarische woorden; Ik heb niet gefaald, ik heb alleen 10.000 manieren gevonden die niet werkten.

Praat hierover en leer ze hiermee om te gaan. Misschien liggen de verwachtingen wel te hoog, we kunnen wel veel willen maar is dat realistisch? Het wil niet zeggen dat het doel helemaal niet te halen is maar misschien moeten we wel wat tussenstations inbouwen om het doel te bereiken.

1 Begin met het bijhouden van een dagboek

Bij aanhoudende teleurstellingen bestaat de kans op demotivatie en frustratie. Als je veel moeite hebt met bepaalde zaken, kan er een negatief zelfbeeld ontstaan, om nog maar niet te praten van faalangst. Noteer bijvoorbeeld de volgende zaken in een boekje:

– Waar ben ik goed in?

– Welke vaardigheden heb ik geleerd de afgelopen week/maand?

– Welke vaardigheden wil ik nog leren?

– Wat ging er goed in mijn toets?

– Wat wil ik leren de komende week/maand?

Dit helpt leerling om te zien wat hij/zij in een bepaalde periode bereikt heeft.

Vier een overwinning! Het is erg belangrijk om jezelf te verwennen om gemotiveerd te raken om door te gaan. Benoem zaken waar hij/zij trots op mag zijn.

2  Wees je bewust van ondermijnende gedachten

Stop met piekeren! We hebben er niets aan en ze houden ons weg bij ons doel. Het is heel natuurlijk om te twijfelen maar vlak voor of tijdens een toets of examen is niet handig.

– Hoe kun je hiermee aan de slag gaan?

– Hoe kun je je de baas worden over je gedachten?

Besef je dat je gedachten werkelijkheid creëren. Je onderbewustzijn luistert naar woorden en niet naar feiten of waarheden. Dus als je maar vaak genoeg tegen jezelf zegt dat het je gaat lukken, dan gaat het je ook lukken. Je moet in jezelf gaan geloven. Iemand die in zichzelf gelooft, heel veel zelfvertrouwen en neemt dit voor waarheid aan.

Ik kan dit!

Bedenk een kort zinnetje dat je tegen jezelf gaat zeggen om je zelfvertrouwen te vergroten.

Verder moet er een goede balans zijn tussen studeren en vrije tijd. Zorg voor genoeg ontspanning. Verminder de kans op faalangst door actief aan het werk te gaan met bovenstaande tips.


(meer…)

Lees verder

Zo houd je je hoofd koel tijdens je examen!

Schrijf je hier in!Hoe houdt je je hoofd koel tijdens het examen

Het is heel normaal om je gespannen te voelen voor een examen. Dat houd je scherp. Maar wat te doen als je gepieker negatieve invloed gaat uitoefenen op je prestaties. Gedachtes als “Het lukt me toch niet”, “Ik haal toch nooit genoeg studiepunten”, of “Help, ik weet niets meer!” zijn enkel ondermijnende gedachten die je aandacht weghalen bij het examen. Hoe houdt je je hoofd koel?
De kracht van de gedachten

Stop met piekeren! Gedachten zijn een krachtig middel in het creëren van een werkelijkheid. Denk jij maar vaak genoeg dat je iets kunt, dan is de kan groot dat het je ook gaat lukken. Jezelf dingen gaan verwijten of aan je uitslag twijfelen mag best na het examen maar heeft geen enkele zin tijdens het examen. Schrijf ze in je hoofd op een papiertje en gooi het vervolgens weg. Breng je aandacht vervolgens weer terug naar het examen.

Trek je eigen plan

Laat je niet van de wijs brengen door de negatieve gevoelens die bij veel anderen heersen zo vlak voor het examen. Negeer ze of vraag degene ermee op te houden. Niemand heeft wat aan de opmerkingen: “Ik ben zo zenuwachtig, ben jij ook zo zenuwachtig?”. “Ik heb gehoord dat het heel moeilijk is”. “Meestal zakt de helft op dit onderdeel”. Bouw zelfvertrouwen op waar je op deze momenten op terug kunt vallen. “Ik heb me goed voorbereid”. “Ik heb een degelijke examenstrategie”. “Ik kan dit”.

Weet hoe het examen eruit ziet

Als je weet wat je kunt verwachten, kun je jezelf beter voorbereiden en dit geeft je zelfvertrouwen weer een boost. Als je weet hoeveel onderdelen er zijn, kun je in een inschatting maken hoe lang je met elk onderdeel bezig kunt zijn. Zo verdeel je je tijd en voorkom je dat je je gaat haasten en hierdoor fouten gaat maken.

Maak gebruik van een hulpplan

Schrijf slogans op een kaartje die jou gaan helpen om je aandacht erbij te houden of je terug te brengen tijdens een paniek moment. Laat deze eventueel zien aan de surveillant in de examenzaal en lag deze voor je neer op tafel.

  • Ik heb mij goed voorbereid
  • Lees de vraag goed
  • Ik heb hoef niet alles te weten
  • Ik neem mijn tijd om rustig na te denken
  • Ik sla de vraag over die ik (nu even) niet weet
Maak gebruik van een vaste examenroutine

Met een vaste routine sta je jezelf toe om de vragen aandachtig door te lezen en je bent vervolgens in staat om zorgvuldig tot een volledig antwoord te komen. Angst kan je ertoe verleiden om het geheel af te gaan raffelen. Geef hier niet aan toe. Merk je dat in paniek raakt omdat je het antwoord niet weet, sla dat gedeelte over en steek je energie in de volgende vragen. Aan het eind keer je dan terug naar de vragen die niet wist.

De tactiek bij multiple choice

Stappenplan voor het benaderen van multiple choice vragen.

  1. Beantwoord eerst de vragen waar je zo een antwoord op hebt
  2. Vervolgens ga je naar de moeilijkere vragen.
  3. Neem je tijd om goed op aanwijzingen in de antwoorden te kijken. Welk antwoord past beste bij de vraag.
  4. Er zijn er bij 4 antwoorden meestal gelijk 2 die je kunt afstrepen. Dan moet je bij de twee overgebleven goed letten op de details
  5. Zorg ervoor dat je uiteindelijk alle vragen hebt beantwoord. Zelfs bij twijfel omcirkel je een antwoord. Wie weet is hij goed.

Pas op met het verbeteren van antwoorden. Je eerste ingeving is vaak de goede. Verbeter alleen als je 100% overtuigd bent van een fout. Verbeter nooit uit zenuwen of twijfel!

Geef jezelf de tijd om rustig over een antwoord na te denken. Want een antwoord niet a la minute weten betekent alleen dat je even moet graven.

Succes!


(meer…)

Lees verder

Examens – zo begin je er goed aan!

Vrij van examenstress

Relaxthee, peptalks, klavertjes vier zoeken, bergen chips en chocolade …. De examens komen er weer aan….. (of is dit een standaard weekend voor jou?) Zie je angsten onder ogen en bedenk wat je angsten precies zijn. Wellicht heb je last van twijfels – twijfels over jezelf of twijfels of het je gaat lukken. Wellicht hebt je last van stress. Spanning hoeft niet slecht te zijn. Het maakt ons scherper en dat is juist goed. De meeste garantie op succes heb je met een gedegen voorbereiding en een uitgedachte examentactiek.

Het examen is bedoeld om te testen of de stof van de afgelopen jaren goed beheerd. Je moet laten zien dat je minstens de helft van al de stof kent + 10%. Zo klinkt het best haalbaar.

Affirmatie – de kracht van je gedachten

Hoe zie jij jezelf? Hoe zie jij de wereld? Is het glas vaker half vol of half leeg? De manier waarop jij tegen jezelf en je vermogens aankijkt heeft invloed op je gedachten. Als je een slecht zelfbeeld hebt en er gebeurt iets slechts dan blijf je hangen in dit mindere zelfbeeld. Om je zelfvertrouwen te vergroten is een beter zelfbeeld cruciaal. Een affirmatie kan dan helpen, dit is een positief zinnetje dat je regelmatig tegen jezelf kunt zeggen. Het doel hiervan is om je geloof in jezelf te vergroten. Je onderbewustzijn luistert namelijk naar woorden en niet naar feitelijke waarheden. Het gelooft dus wat jij tegen jezelf zegt, zijn dit negatieve woorden dan worden deze voor waarheid aangenomen. Als je vaak tegen jezelf zegt dat je iets toch niet kunt, dan ga je daar vanzelf in geloven. Dit werkt ook andersom. Iemand met veel zelfvertrouwen, gelooft in zichzelf en neemt dit dus voor waarheid aan. Je moet wel realistisch blijven, want het zijn geen toverspreuken. Gebruik positieve woorden en vermijd het woord NIET.

Bereid je goed voor

Begin op tijd met leren. Als je weet hoe lang jouw ideale leerblok is en wat je leert in die tijd, kun je plannen hoeveel leerblokken (dus hoeveel tijd) je nodig hebt om je de stof voor het examen eigen te maken. Maak een duidelijke examenplanner. Het overzicht zal je de broodnodige rust brengen. Angstig makende gedachten kunnen je ervan weerhouden om op tijd te beginnen, maar stel het niet uit tot het allerlaatst. Je mogelijke angsten kunnen er ook voor zorgen dat je inzet vermindert want het gaat je toch lukken dus waarom zou je al die inspanning leveren. Een optimale voorbereiding levert je zelfvertrouwen en rust.  Plan ook je herhaaltijd in en houdt rekening met wat extra blokken voor onvoorziene gebeurtenissen. Maak je doelen SMART. Zorg ervoor dat je hoofd- en bijzaken van elkaar scheidt.

Studeer actief

Als je je bedenkt dat je 90% onthoudt van wat je ziet, zegt en doet moet je op verschillende manieren bezig zijn met de lesstof. Maak gebruik van mindmaps om samenvattingen te maken. Hierin kun je gebruik maken van kleuren, symbolen en beelden. Onderwerpen die je kunt visualiseren, horen, proeven, ruiken of voelen onthoud je makkelijker. Wees kritisch naar jezelf en test jezelf aan de hand van oude tentamens of beschikbaar gestelde proefexamens. Zo heb je nog tijd om aan je zwakke plekken te werken. Studenten die succesvol zijn op examens weten wat er van ze verwacht wordt en weten wat er getest wordt. Informeer hierover bij docenten of let erop in oude tentamens of proefexamens.
Er is een tijd voor studeren en een tijd voor ontspanning
Er moet een goede balans zijn tussen studeren en vrije tijd om gemotiveerd te blijven. Plan de ontspanningsmomenten in je examenplanner. Gun jezelf deze rust in deze drukke, spannende tijd.


(meer…)

Lees verder

Beelddenken; wat is dat nu eigenlijk?

Beelddenken - Getting Ahead

Beelddenken is een gave: een creatieve, drie-dimensionele manier van denken. Helaas kan deze manier van denken wel problemen opleveren met taal (dyslexie), rekenen, zelfvertrouwen, planning en organisatie.

Je kunt dit simpele testje doen om te kijken of je een voorkeur voor beelden of woorden hebt. Denk maar eens aan het woord stoel. Wat zie je?

Zie je de letters S-T-O-E-L of zie je een plaatje van een stoel?

Als je een plaatje ziet ben je waarschijnlijk een beelddenker en gaat je voorkeur uit naar visuele informatieverwerking.

taaldenker vs beelddenker
taaldenker vs beelddenker

Een aantal voorbeelden uit het dagelijks leven van een beelddenker zijn;

  • geen tijdsbesef
  • concentratieproblemen ivm korte aandachtspanne
  • wisselend prestatiepatroon
  • veel fantasie (soms op het leugenachtige af), vindingrijkheid en originaliteit
  • faalangst
  • overdreven gevoel van rechtvaardigheid
  • zeer veel empathie
  • impulsief
  • moeite met het verwoorden van gevoelens en/of emoties
  • doorzettingsvermogen
  • onverwacht heldere inzichten
  • moeite om zaken te ordenen / systematisch aan te pakken
  • De gedachten vervangen de taal. Taal komt pas aan de orde nadat het beeld bekeken en begrepen is.
Wat ziet een beelddenker?

Hij ziet meer dan er geschreven of gezegd is. Hij voelt, ruikt, ziet en interpreteert. Het verhaal wordt emotioneel gekleurd.

Het hele leven van een beelddenker staat in het teken van deze bijzondere eigenschap. Het zelfbeeld en de perceptie van de wereld worden bepaald door hoe alles om hen heen ervaren wordt.

Wanneer je een beelddenker iets verteld, ziet deze de gebeurtenis als een film voor zich. De zintuigen horen, zien, voelen worden tegelijk ervaren. Het gevoel speelt een belangrijke rol. Ervaringen zijn gekleurd met emotie, geuren en kleuren.

Hoe luistert een beelddenker?

Visueel zijn ze sterk maar auditief niet vandaar dat het vaak lijkt alsof ze niet luisteren. Er is een vertraging in de reactie op aanwijzingen en opdrachten.  Ze hebben moeite met het verwerken van informatie die mondeling wordt aangeboden. Het geeft problemen met het onthouden van de instructies als ze niet bij lange instructies de draad niet al lang kwijt geraakt zijn.

Hoe denkt een beelddenker?

Ze zien makkelijk de grote lijnen. Ze zien 32 beelden per seconde dus het denken in beelden gaat minimaal 15x sneller dan denken in woorden (2 woorden per seconde). Hun gedachten gaan sneller dan hun woorden kunnen bijhouden. Ze praten veel met de handen en struikelen vaak over hun woorden. Hun woordenschat en gedachtegang is origineel. Maar ze nemen gemaakte opmerkingen vaak letterlijk en dit kan tot miscommunicatie leiden. Zaken worden ook persoonlijk aangetrokken en ze hebben moeite om hier afstand van te nemen. Details worden pas waar genomen als het totaal plaatje gezien is wat op school problemen oplevert omdat de lesstof stap voor stap wordt aangeboden.

Hoe ontstaat het?

Iedereen wordt geboren met een dominante rechter hersenhelft, makkelijk te verklaren aangezien de taalontwikkeling en het beredeneren pas op latere leeftijd komt. Baby’s maken geen gebruik van taal. Zij lezen lichaamstaal. Door het bewegen van armen en benen verkennen ze de ruimte om zich heen. Met klanken (huilen) maken zij duidelijk dat ze iets willen. Alles is gericht op het vervullen van een behoefte: primair denkproces. Dan leert een kind praten, taal gaat overheersen en kinderen gaan de wereld ‘beredeneren’. Rond het derde/vierde jaar gaat een kind in woorden denken: secundair denkproces.

Een goed voorbeeld: een baby heeft honger. Hij gaat huilen, krijsen en met zijn armen en benen zwaaien om de aandacht van zijn moeder te krijgen
= PRIMAIR DENKPROCES

De baby zal niet beredeneren dat zijn moeder aan het stofzuigen is, en dat hij dus even moet wachten = SECONDAIR DENKPROCES

Een kleine groep kinderen maakt deze overstap niet. Zo’n 5% blijft in beelden denken (primair denkproces). De rechter hersenhelft blijft dominant. De linker hersenhelft kan een achterstand gaan vertonen. Dit hoeft echter niet. Hoogbegaafde mensen bijvoorbeeld denken in beelden en zijn ook goed in taal en rekenen. Hun linker- en rechter hersenhelft zijn even sterk. Als de linker hersenhelft wel minder wordt ontwikkeld, kan dit leerproblemen veroorzaken.  Het onderwijs sluit namelijk niet aan bij alle denkwijzen. Logisch, want de meerderheid van de mensen (±95%) leert auditief digitaal (via het gehoor). Slechts een kleine groep (5%) leert visueel.

Linker hersenhelft                                       Rechter hersenhelft

  1. Secondair voorkeursdenken                      Primair voorkeursdenken
  2. Beredeneren                                               Beleven
  3. Informatie opbouwen                                Ritme
  4. Planning en organisatie                             Ruimtelijk inzicht
  5. Tijdsbesef                                                    Overzicht
  6. Details                                                          Verbeelding
  7. Woorden (taal)                                            Dagdromen
  8. Nummers (rekenen)                                   Kleur

Het (leren) omgaan met beelddenk kwaliteiten valt of staat bij de begeleiding. Het ordenen van de informatie is een probleem waar beelddenkers elke dag tegenaan lopen. Het vergt veel inlevingsvermogen van de leerkrachten in het onderwijs hoe hier mee om te gaan. Onbegrip over hun denkwijze werkt faalangst in de hand. Ze moeten juist leren vertrouwen op hun sterke kanten; hun oplossend vermogen bijvoorbeeld. Help ze met het ontwikkelen van strategieën om informatie opname te automatiseren. Een van de belangrijkste punten is inzicht krijgen is het waarom. Waarom moet iets geleerd worden? Wat is het grote plaatje?


(meer…)

Lees verder

Wat is jouw manier van leren?

wat is jouw manier van leren

Hoe leer jij? Als je weet op welke manier jij het beste leert, kun je hier op inspelen en het maximale uit jezelf halen. Speelt alles zich af als een film in je hoofd? De wereld is niet standaard waarom jouw manier van leren van wel. Is jouw kind wellicht een beelddenker? Deze wetenschap is cruciaal voor het correct aanbieden van de leerstof en maakt een wereld van verschil in het opnemen van informatie.

Linda Silverman heeft hier onderzoek naar gedaan en dit beschreven in haar boek Upside-Down Brilliance: The Visual-Spatial Learner (Nederlandse vertaling: Omgekeerd briljant: De visueel-ruimtelijke leerling).

In het onderwijs staan we hier te weinig bij stil. De leerstof wordt aangeboden op een manier die voor 95% van de bevolking werkt maar die voor de overgebleven 5% niet of nauwelijks werkt. Het zijn de leerlingen die op school erg gevoelig zijn voor de houding van de leerkracht, erg onregelmatige cijfers halen. De leerstof wordt namelijk altijd wel of niet begrepen en nooit een beetje. De complexere onderwerpen worden eerder begrepen dan simpele taken. Er worden gemakkelijk verbanden gelegd en zodoende komen ze vaak tot intuïtieve en/of ingenieuze oplossingen voor problemen. Er wordt vanuit een overzicht geleerd en de concepten worden voor altijd opgeslagen. Stampwerk werkt niet omdat hier niet het nut van wordt ingezien.
Het zijn leerlingen die hun zaken op een geheel eigen wijze georganiseerd hebben.

Onder hen zijn de creatieve geesten maar ook ambachtelijke, technische, muzikale, emotionele en spiritueel begaafde leerlingen. Het zijn laatbloeiers die pas vaak na school hun doel vinden en dan opleven.

Een dyslect is daarom ook een beelddenker. Woorddenkers zijn auditief ingestelde leerlingen die kunnen vertrouwen op hun gehoor bij het aanleren van de spelling van woorden. Dit gaat niet op bij dyslecten, zij moeten woorden visualiseren voordat ze de woorden kunnen spellen. Ze hebben een sterk visueel geheugen en moeten hierop leren vertrouwen. Ze leren hele woorden dan ook makkelijker dan woorden spellend uitspreken zoals dat op school gebruikelijk is. Een gedeelte geeft de voorkeur aan het toetsenbord boven het schrijven. Een leerling vertelde mij eens dat hij zo de plaatsing van de letters voor zich ziet; het patroon zeg maar.

Doe de test: Ben jij een beelddenker?

1. Denk je vooral in beelden in plaats van woorden?
2. Weet jij dingen, zonder in staat te zijn uit te leggen waarom?
3. Los jij problemen op ongebruikelijke wijze op?
4. Heb jij een levendige verbeelding?
5. Herinner jij je wat je gezien hebt en vergeet je wat je hoort?
6. Ben jij verschrikkelijk slecht in het spellen van woorden?
7. Kun jij zaken visualiseren uit verschillende perspectieven?
8. Ben jij slecht in plannen, organiseren en opruimen?
9. Verlies jij vaak het bewustzijn van tijd?
10. Lees jij liever een kaart dan mondelinge aanwijzingen te volgen?
11. Herinner jij je plaatsen die je slecht een keer hebt bezocht?
12. Is je handschrift moeilijk leesbaar?
13. Kun jij aanvoelen van anderen voelen?
14. Ben jij muzikaal, artistiek of mechanisch aangelegd?
15. Weet jij meer dan anderen denken dat je weet?
16. Heb jij een hekel aan spreken voor een groep mensen?
17. Voel jij je slimmer naarmate je ouder wordt?
18. Ben jij een slaaf van je (spel)computer?

Als je 10 van de bovenstaande vragen met “ja” hebt beantwoord, ben je hoogstwaarschijnlijk een beelddenker. Bedenk wel ieder mens is uniek en iedereen uit zich op zijn manier.

Doe de test: Is jouw kind een beelddenker?

1. Is jouw zoon of dochter goed in puzzelen?
2. Houdt je kind veel van de TV en/of spelcomputer?
3. Speelt je kind graag met constructiespeelgoed (Lego ed.)?
4. Heeft je kind een levendige fantasie en kan daardoor op gaan in zijn/haar fantasiewereld?
5. Wordt hij/zijn snel afgeleid?
6. Moet je instructies vaak herhalen voordat de taken worden uitgevoerd?
7. Heeft je kind laat leren lopen?
8. Wiebelt bij/zij veel?
9. Eerst doen en dan pas denken?
10. Is hij/zij overweldigend aanwezig op verjaardagen en in pretparken (na eerst de kat uit de boom te hebben gekeken)?
11. Denkt je kind erg zwart/wit?
12. Is hij/zij perfectionistisch, faalt niet graag (zelfs van jaren geleden)?
13. Wint je kind graag en is een slechte verliezer?
14. Herinnert hij/zij zich gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?
15. Heeft je kind problemen met het vasthouden van een pen en een slecht handschrift?
16. Heeft je kind last van allergie, last van astma of veel oorontstekingen (gehad)?
17. Heeft je kind een goed gevoel voor humor (creatieve woordspelingen)?
18. Moeten de etiketten uit kleding geknipt worden? Draagt hij/zij graag zachte stoffen en heeft hij/zij een hekel aan harde knoopjes?

Als je 10 van de bovenstaande vragen met “ja” hebt beantwoord, is jouw kind waarschijnlijk een beelddenker.

De meeste ouders herkennen hun kind hier direct in bij het zien van de vragen. Bedenk wel dat ieder mens uniek is en zich uit op zijn eigen manier.

Als je weet hoe jij het beste leert, kun je hier je voordeel mee doen en hier zoveel mogelijk op inspelen.


(meer…)

Lees verder
Sluit Menu